Waarom moeten mannelijke familieleden zich kaalscheren bij het overlijden?

Vaak wordt bij overlijdens gezegd dat met name de broers, zoons en kleinzoons van de overledene zich moeten kaalscheren wanneer een persoon is overleden. Dit is een traditioneel gebruik en vanuit de geschriften niet verplicht.

Het kaalscheren van het hoofd staat in het hindoeïsme symbool voor onthechting, met name onthechting van het materiële leven en het volgen van waarden als minimalisme en leven volgens pure dharma. Dit zijn tevens de normen en waarden die bij overlijdens worden gevolgd. In vroegere tijden was het kaalgeschoren hoofd een teken van rouw waardoor voor anderen duidelijk was dat er (tijdelijk) bepaalde regels werden gevolgd met betrekking tot reinheid, eenvoud en rituelen. De buren en gemeenschap konden daar dan rekening mee houden en eventueel ondersteuning bieden met koken, boodschappen doen e.d.

Ik weet dat vaak wordt gezegd dat het verplicht is dat naaste mannelijke familieleden hun hoofd kaalscheren wanneer iemand is overleden. Echter heb ik hier in de geschriften geen aanwijzing voor gevonden. Als je kijkt naar de verhalen over voorbeeldfiguren als het om dharma gaat, zoals de Mahabharata en Ramayana, dan zien we dat zelfs de vrome Pandava’s en goddelijke gedaante Shri Rama en zijn broers hun hoofd niet kaalschoren wanneer hun dierbaren overleden. De Pandava’s verloren vele naaste familieleden tijdens de slag van Kurukshetra en Shri Rama en zijn broers verloren hun geliefde vader, koning Dasharatha. Desondanks lees je nergens dat zij hun hoofd hebben kaalgeschoren. In de vele verhalen over voorbeeldfiguren lees je eerder over lange haren dan over kaalgeschoren hoofden. Dit zien we ook terug in de afbeeldingen die op basis van beschrijvingen uit de geschriften zijn gemaakt.

We kunnen erover van gedachten wisselen en discussiëren dat dit wellicht was omdat zij koninklijke figuren waren en kaalscheren niet paste bij hun functie. Echter kunnen we dat uiteraard ook zeggen over onszelf in de huidige maatschappij, waarin een kaalgeschoren hoofd vaak als niet representatief wordt beschouwd. Bovendien is het belangrijk om kennis altijd met logica te benaderen en hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. De rode draad is het rouwproces en dat men zich houdt aan de richtlijnen van een sattvisch (zo rein mogelijk) leven. Een sattvisch leven ondersteunt namelijk het rouwproces en helpt de persoon met zijn gevoelens en emoties om te gaan en deze niet de overhand te laten nemen. Op deze manier kan de persoon op een gezonde manier rouwen. Hierbij gaat het om gezonde en zuivere voeding, aandacht in het hier & nu en concentreren op de zaken die ècht belangrijk zijn. Dat kun je doen door minimalisme en eenvoudig leven. Het hoofd kaalscheren hoeft hier niet per se onderdeel van te zijn.

Wat zijn veganistische alternatieven voor melk, yoghurt, ghee en honing?

Vandaag de dag worden zaken als melk, yoghurt, ghee en honing meestal niet meer op een harmonieuze of zuivere manier verkregen en gemaakt. Vaak zitten er toevoegingen in en is het verkregen middels dierleed, waardoor het ongeschikt is om tijdens puja’s te gebruiken. Immers, ahimsa paramo dharmah (geweldloosheid is de hoogste dharma) en offers horen zo zuiver, natuurlijk, onbewerkt, ethisch en (dier)leedvrij mogelijk te zijn.

In dit artikel beschrijf ik plantaardige alternatieven die je kunt gebruiken voor melk, yoghurt, ghee en honing.

Melk: huisgemaakte plantaardige melk

Amandelmelk

Om amandelmelk te maken, heb je 250 gram biologische ongebrande en ongezouten amandelen en 1 liter water nodig. Het enige wat je hoeft te doen, is de amandelen 1 of 2 nachtjes laten weken in een laag water, de amandelen afgieten, schoonspoelen en ze vervolgens met 1 liter water in een blender mixen. Hoe minder water je gebruikt, hoe romiger de amandelmelk wordt. Daarna zeef je de amandelpulp uit het water en knijp je deze uit met een kaasdoek of een heel fijne zeef met stamper (of gewoon een stevige lepel).

Havermelk

Je kunt ook eenvoudig plantaardige melk maken door havermout te gebruiken in plaats van amandelen. Havermout is goedkoper en hoef je niet te laten weken, wat tijd scheelt. Echter zijn er verschillende meningen over of je wel of geen graansoorten zou mogen gebruiken in puja’s. Zelf ben ik hier niets duidelijks over tegengekomen in de geschriften. Mijns inziens zou het mogelijk zijn om havermout te gebruiken, aangezien het gebruik van graansoorten in meerdere geschriften voorkomt. Over specifiek havermout kan ik me echter geen schriftuurlijke vers herinneren. Ik ben er dus niet 100% zeker van of je havermelk zou mogen gebruiken. Al zie ik er op zich ook geen kwaad in, zolang het maar biologisch en onbewerkt is. Het is in ieder geval ethischer dan koemelk.

Rijstmelk

Een andere optie is rijstmelk. Onze voorouders gebruikten dit vroeger in India en Suriname al wanneer een baby of kind bijvoorbeeld een koemelkallergie had of wanneer ze geen melkkoeien hadden of koemelk onverkrijgbaar of te duur was. Wat je hiervoor doet, is 50 gram rijst een nacht laten weken in een laag water. Daarna spoel je de rijst schoon in een zeef en kook je deze helemaal zacht in een pan met 1 tot 1,5 liter water. Daarna laat je de rijst afkoelen (in het kookwater laten!) en dan maal je het fijn in de blender.

Yoghurt: huisgemaakte plantaardige yoghurt

Voor yoghurt maak je eigenlijk een dikkere variant van amandelmelk, havermelk of rijstmelk (je gebruikt dus een recept zoals hierboven is beschreven, maar dan met minder water) en deze laat je dan twee uur lang in de oven staan tot 40 graden. Daarna doe je de oven uit en laat je de yoghurt nog vier uur in de oven staan. Laat de oven de hele tijd dicht! Daarna haal je de yoghurt uit de oven en laat je ze het liefst nog de hele nacht staan, zodat het goed fermenteert. Eventueel zou je wat vegan probiotica door de plantaardige melk kunnen roeren voor een beter fermenteereffect. Persoonlijk vind ik dit duur en onnodig. Persoonlijk zou ik voor de yoghurt geen havermelk gebruiken, omdat mijn ervaring is dat havermelk bij verhitting enorm indikt, wat resulteert in smurrie.

Ghee: plantaardig, op basis van kokosolie

Ook ghee is plantaardig te maken, zonder bewerkte plantaardige boter. Hiervoor heb je 250 ml biologische kokosolie, 2-3 guavebladeren (liefst zo vers mogelijk), 3-4 currybladeren (liefst zo vers mogelijk), een snufje kurkuma (hardi) en een snufje asafoetida (hing) nodig. Eerst verhit je de kokosolie op middelhoog vuur, dan voeg je de guave- en currybladeren toe en roer je eventjes. Dan voeg je een snufje kurkuma en een snufje hing toe, waarna je weer roert en vervolgens het geheel 5 minuten laat staan. Ondertussen roer je, zodat het niet aanbrandt. Dan doe je het vuur uit, laat je het afkoelen (tot het punt waarop de kokosolie nog niet “vast” wordt) en zeef je het door een fijne zeef in een glazen pot.

Je kunt ook pure sesamolie of mosterdolie gebruiken. Deze zijn met name verkrijgbaar bij Indiase toko’s.

Honing: pure agavesiroop or ahornsiroop

In plaats van honing kun je biologische, pure agavesiroop of ahornsiroop gebruiken. Deze kun je zo kopen, in de supermarkt. Ahornsiroop vind ik best prijzig, dus gebruik ik biologische, pure agavesiroop van de Aldi.

Wat is de toegevoegde waarde van rituele regels?

Om goed te kunnen begrijpen wat de toegevoegde waarde van rituele regels is, is het belangrijk om stil te staan bij wat rituelen eigenlijk zijn en waarvoor ze dienen.

Rituelen zijn eigenlijk gewoon symbolen en handelingen die een bepaalde betekenis hebben. Van oorsprong zijn rituelen bedoeld om bewustzijn te ontwikkelen. Ze helpen ons om een bewuste leefstijl te ontwikkelen en aan geestelijke en spirituele zuivering te werken. Rituelen zijn dus hulpmiddelen om te bezinnen en geen doel op zichzelf.

Om dat proces van bezinnen goed te begeleiden, kennen rituelen bepaalde (leef)regels. Deze (leef)regels zetten de rituelen kracht bij. Dit effect is het beste te merken wanneer je de rituelen bewust, onbaatzuchtig, met de juiste intenties en op de juiste tijd, plaats en omstandigheden verricht. Dit heeft onder andere te maken met onze leefstijl en de stand van de hemellichamen. Onze leefstijl bepaalt de puurheid van onze eigen spirituele energie en de hemellichamen hebben een enorme invloed op het aardse leven en daarmee dus ook ieder individu op deze aarde.

Vandaag de dag is de kennis van de rituelen erg verwaterd. De focus ligt meer op het uiterlijk verrichten van de handelingen dan het bewustzijn waarmee we de rituelen verrichten. Veel hindoes staan met het ene been in rituelen en met het andere been in een leefstijl die niet op de rituelen rijmt*. Op deze manier is het helaas moeilijk om de effecten van de rituelen te merken en verder te komen op het pad van spirituele ontwikkeling. Om dit pad wèl op een juiste manier te bewandelen, zijn er verschillende wegen beschreven in de hindoegeschriften.

Één van de meest toegankelijke wegen is de ashtanga yoga, die onder andere in de Bhagavad Gita en Patanjali Yoga Sutra’s in heldere taal wordt uiteengezet.

*Een eenvoudig voorbeeld:

Tijdens rituelen bidden veel hindoes voor hun eigen welzijn en dat van hun dierbaren, de natuur en de schepping in het algemeen. Toch zijn er veel hindoes die niet bewust eten en drinken (niet bevorderlijk voor de gezondheid), dieronvriendelijk leven (niet veganistisch), het milieu belasten (consumerend, plastic, niet veganistisch etc.), roddelen, schelden, discrimineren en andere negatieve karma verrichten.

Je kunt de meest uitgebreide rituelen verrichten, maar rituelen zijn en blijven hulpmiddelen. Rituelen op zichzelf maken jou geen beter mens; je zult de betekenis van de rituelen in je dagelijkse leven moeten integreren als je werkelijk jezelf wilt ontwikkelen, je leven wilt beteren, zuivering wilt bereiken en dichterbij het goddelijke en/of moksha wilt komen.

Is havana wel zo gezond?

Of het verrichten van een havana gezond is of niet hangt af van een aantal factoren. Bij een havana is het de bedoeling dat er fijne, witte rook vrijkomt. Deze rook is gezond en zorgt voor een positieve energie. Komt er echter zwarte of donkergrijze rook vrij, dan is dit ongezond en kunnen we ademhalingsproblemen en/of longklachten oplopen, zeker wanneer we vaker havana verrichten. Daarom behandel ik graag een paar aandachtspunten die belangrijk zijn wanneer je een havana verricht.

Hout dat je voor de havana gebruikt

Het hout dat je gebruikt, wordt tijdens de havana verbrand en veroorzaakt dus ook de meeste rook. Daarom is het belangrijk om goed hout te gebruiken en ook niet teveel*. Het beste is om natuurlijk hout te gebruiken, zoals takken van bomen, aanmaakhout of mangohout. In religieuze winkels wordt vaak “dhoop ke lakhri” (aromatisch hout, vaak vertaald als sandelhout) verkocht, maar dit blijkt in de praktijk vaak gewoon brandhout te zijn. Echt sandelhout is erg schaars en moeilijk te importeren in Nederland. Ik heb zelfs begrepen dat het in Europa als beschermde soort wordt gezien en hier daarom verboden is.

*Maak dunnere latjes van het hout, begin met drie latjes, vet het hout voor en tijdens de havana goed in met mosterdolie (vooral op de zwarte plekken) en voeg pas een nieuw latje toe als het hout bijna is opgebrand.

Samagri die je voor de havana gebruikt

Ook samagri verbranden we volop tijdens de havana. Daarom is het belangrijk dat ook de samagri zo gezond mogelijk is. Het beste is om de samagri zelf vers te maken. Dit kun je doen door de volgende ingrediënten fijn te maken en vervolgens te mengen:

  • Graansoorten: navdhanya, ongepelde rijst (dhaan)
  • Ayurvedische kruiden: kurkuma (hardi/haldi, liefst vers en gedroogd), kruidnagels, nootmuskaat, groene kardemom, saffraan
  • Gedroogd fruit: dadels, rozijnen, kokosnoot
  • Zaden: sesamzaad, lotuszaden
  • Bladeren: rozenbladeren, hennabladeren (allemaal liefst gedroogd)
  • Aromatische elementen: guggul, loban en/of andere korrelwierook, sandel (chandan)
  • Brandstof: kamfer, plantaardige natuurlijke ghee of olie (sesamolie of mosterdolie)
  • Overig: rietsuiker

Qua verhouding houd ik meestal aan dat ik van alles evenveel gebruik, dus bijvoorbeeld een eetlepel van alles. Je hebt ook niet veel havana samagri nodig. Vaak zie je dat mensen een hand vol samagri nemen per ahuti (vuuroffer), terwijl een half koffielepeltje al voldoende is.

Kant-en-klare samagri uit de pujawinkel bestaat vaak hoofdzakelijk uit houtsnippers en dat is niet gezond, noch is het de manier waarop samagri hoort te zijn. Goede samagri herken je door de aromatische en natuurlijke geur van ayurvedische kruiden.

Ghee/olie die je voor de havana gebruikt

Sommige ghee bevat veel vocht en daardoor knettert het vaak tijdens de havana. Ik raad aan om zelf veganistische ghee te maken of olie te maken van sesamzaad of mosterdzaad of om pure sesamolie of mosterdolie te kopen en gebruiken voor de havana. Gekochte ghee bevat namelijk vaak ook toevoegingen en is dan dus niet puur, naast het feit dat veel koeien worden uitgebuit in de zuivelindustrie en plantaardige ghee palmolie bevat, waarvoor vele bossen worden gekapt en (het welzijn van) de fauna en flora wordt bedreigd.

Luchttoevoer tijdens de havana

Als je havana doet, is het belangrijk dat er voldoende luchttoevoer is. Zet voldoende ramen en deuren open om de rook te verspreiden en af te voeren. Heb je een afzuigsysteem in je huis; zet deze dan aan. Zorg ook dat de ruimte waar je havana doet niet te vol is. Vaak nodigen we veel mensen uit bij havana’s en is de ruimte erg vol met mensen, meubels en spullen/materialen. Dat komt onze gezondheid niet ten goede; er moet voldoende luchttoevoer zijn. Het liefst doe je de havana in de open lucht, zoals in de tuin of op het balkon. Zo zorg je voor voldoende luchttoevoer en voorkom je eventuele rookschade in huis.

Wat doe je met bloemen en materialen die je geofferd hebt?

Als we bloemen en andere materialen hebben geofferd tijdens onze rituelen, kunnen we deze niet opnieuw gebruiken. Het is dan de bedoeling dat we de geofferde zaken teruggeven aan de natuur of besteden aan een goed doel.

Zaken als bloemen, chandan, sindoor, hardi e.d. kunnen we in stromend water teruggeven aan de natuur. Als we folie en plastic tijdens de rituelen hebben gebruikt, kunnen we deze in de recyclecontainer doen. Eventueel geld en eventuele kleding of stoffen die we tijdens rituelen hebben geofferd, kunnen we aan een goed doel doneren.

Uitstrooien in stromend water

Het uitstrooien van zaken in de natuur is eigenlijk illegaal in Nederland; we kunnen hier een boete voor krijgen wegens milieuvervuiling. Daarnaast is het belangrijk om te weten dat zaken die we in sloten, kanalen of andere stilstaande wateren uitstrooien, niet in de zee belanden, maar worden opgepompt bij de gemalen, waarna er compost van wordt gemaakt. Dat is hetzelfde gevolg als wanneer we de zaken bij het gft-afval zouden gooien. Wel mogen we zaken uitstrooien in bijvoorbeeld de Maas; daar mogen we zelfs as van overledenen uitstrooien, mits we dat doen op plaatsen waar anderen er geen last van hebben.

Omdat gft-afval vaak ook vis, vlees, eieren en dergelijke bevat, vinden veel hindoes het ongepast om ritueel geofferde zaken hierbij te deponeren, anderzijds gebeurt het dus ook als we het in sloten e.d. strooien. De beste optie lijkt mij daarom uitstrooien in de Maas of ander stromend water waar dit mag. Je kunt bij je woongemeente vragen waar dit is toegestaan.

Brengt het ongeluk als je mantra’s verkeerd uitspreekt?

Niet per definitie. Vaak verkondigen vooral oudere hindoes en religieuze voorgangers (pandits) dat het ongeluk brengt als je mantra’s verkeerd uitspreekt, maar dat is niet helemaal juist.

Natuurlijk horen we mantra’s, hun uitspraak en betekenis goed te begrijpen en mantra’s goed te oefenen voordat we ze gebruiken, maar het kan altijd voorkomen dat we, ondanks onze goede intenties en ervaring, een fout maken in onze uitspraak. God weet alles en begrijpt dat ook zeker. Hij/Zij wordt niet voor niets in de geschriften beschreven als vader, moeder, vriend, metgezel, steun, toeverlaat etc. God is een liefdevolle entiteit die als enige in staat is alles te doorgronden en doordringen. Hij zal ons nooit straffen voor een fout die wij uit onwetendheid hebben gemaakt. Anderzijds dienen wij moeite te doen om uit onze onwetendheid naar het licht te groeien middels zelfontwikkeling. Dat is immers het uiteindelijke doel van rituelen, en dus ook van mantrarecitatie.

Valmiki en de mantra Rama

Een bekend voorbeeld uit de geschriften dat dit kan ondersteunen, is Valmiki. Valmiki was eerst een crimineel genaamd Ratnakar en toen hij de wijze Narad wilde beroven, had Narad hem niets anders te bieden dan de naam van Rama. Met zijn wijsheid liet Narad Ratnakar inzien dat elke activiteit een consequentie heeft en het gevolg van slechte daden nooit goed kan zijn. Uiteindelijk besloot Ratnakar de naam Rama herhaaldelijk te reciteren, zoals Narad hem had geadviseerd, zodat hij zijn zondes kleiner kon maken en deugden kon vergroten. Maar Ratnakar maakte er “mara, mara, mara” (ga dood, ga dood, ga dood) van. Toch heeft hij zich door zijn goede bedoelingen weten te ontwikkelen tot een zeer wijs persoon en zelfs de guru van Rama en schrijver van de Valmiki Ramayana.

Verkeerd uitspreken kan leiden tot een andere betekenis

Wel is het natuurlijk zo dat elke actie een reactie kent. Als wij bijvoorbeeld Sunita roepen, dan is het onwaarschijnlijk dat Manoj zal komen. Als wij op de markt vragen om groente terwijl we brood willen, dan zullen we groente krijgen en geen brood. Zo is dat ook met mantra’s; een verkeerd woord of verkeerde klank kan een heel ander effect geven. Het is dan ook van belang dat we mantra’s aandachtig en zorgvuldig uitspreken. Elke mantra heeft een bepaalde betekenis en een klein verschil in uitspraak, kan al een ander woord geven. Zeggen we bijvoorbeeld Shivaa, dan betekent dat geen Shiva maar Parvati. Twee voorbeelden in mantra’s:

In de mantra “aum tvameva mata(…)” is er een stukje “tvameva bandhushcha sakhaa tvameva” (u bent mijn vriend en u bent mijn metgezel). De meeste Surinaams-Hindoestaanse hindoes, inclusief veel pandits, zeggen echter “tvameva bandhu shashakhaa tvameva” (u bent mijn vriend, u bent mijn konijn).

In de Lakshmi chalisa van pandit Haldar Mathurapersad staat een zin “suno binti hamari khasi” (luister naar dit speciale verzoek van mij). In het Romaans staat er echter “khasi”. Als we het Romaans lezen, komen we dus op een andere uitspraak. We zeggen dan: “Luister naar mij, geit”.

Een verhaal over Narad muni

Mag je kapotte beelden gebruiken?

Dat kun je zelf bepalen. Naar mijn weten staan hier geen concrete richtlijnen over in de geschriften.

Traditioneel beweren veel hindoes dat het niet goed is om kapotte beelden te gebruiken tijdens rituelen. Aan de andere kant is het ook niet goed om kapotte beelden weg te doen, omdat dit voor meer afval zorgt en, als je het in stromend water doet zoals de meeste hindoes doen, milieuvervuiling oplevert.

Zelf zie ik drie mogelijke opties als een beeld kapot is:

1. Gewoon het beeld blijven gebruiken

Een beeld is in principe een hulpmiddel om onze toewijding aan het goddelijke te offeren, te bezinnen en ons te herinneren aan de symbolische betekenis van de vorm en attributen. Het is geen doel. Vanuit dat oogpunt zouden we kunnen stellen dat een beschadiging niet erg is. Vroeger deden hindoes (bij gebrek aan beelden) zelfs rituelen met behulp van een steen of een stuk koper of klei. De vorm is er met name voor de concentratie en om onze toewijding te projecteren op een concreet punt.

Uiteindelijk gaat het niet zozeer om de vorm, maar vooral om de aandacht, toewijding en het bewustzijn dat we tijdens de rituelen geven en verkrijgen; we vereren niet het beeld, maar de goddelijke energie die het beeld symboliseert. De rituele voorschriften (bijvoorbeeld zoals beschreven in de Shatapatha Brahmana) leren ons ook dat we uiteindelijk vorm dienen te ontstijgen, omdat vorm vergankelijk is en wij horen te streven naar eeuwigheid.

2. Het beeld (laten) repareren

Als je een beetje handig bent, kun je het beeld repareren en anders kun je het beeld laten repareren door een ervaren persoon, bijvoorbeeld Atelier Pranava in Capelle a/d IJssel. Houd er rekening mee dat je hierbij mens-, dier- en milieuvriendelijke materialen gebruikt. Lijm bevat vaak bijvoorbeeld gelatine. Je kunt wel plantaardige lijm gebruiken.

3. Het beeld weggeven

Wil je het beeld ècht niet meer gebruiken en houden, dan kun je het weggeven aan een persoon die wel met de beschadiging kan leven en anders desnoods toch maar weggooien (liefst recyclen; denk aan het milieu).

Waarom slaan hindoes kokosnoten kapot?

Bij bijzondere gelegenheden slaan we vaak een kokosnoot kapot, omdat de kokosnoot in dit ritueel symbool staat voor het doorbreken van het ego.

Bij nieuwe fasen of belangrijke stappen in ons leven – denk aan een nieuw huis, een nieuwe auto, een nieuwe onderneming, een speciale offerdienst etc. – slaan we een kokosnoot kapot in naam van Ganesha. Ganesha is de verwijderaar van obstakels en het kapot slaan van een kokosnoot in zijn naam symboliseert dat het ego onze eerste obstakel is en wij deze dienen te breken wanneer wij succes en/of voorspoed willen bereiken in het leven. Zoals de harde schil van een kokosnoot een belemmering is om de binnenkant ervan te kunnen bereiken, het water ervan te kunnen drinken en het vruchtvlees te kunnen genieten; zo is het ego een harde belemmering om tot realisatie van onze ziel te kunnen komen en de toestand van gelukzaligheid te kunnen bereiken.

Wat is het verschil tussen prakritik en mansik puja?

Prakritik puja kunnen we vertalen als fysieke of uiterlijke rituelen en mansik puja als geestelijke of innerlijke rituelen.

Prakritik puja

Prakritik puja bestaat uit alle (offer)rituelen waarbij we gebruik maken van materie (Prakriti). Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan murti puja, havana en mantrarecitatie met een mala. Prakritik rituelen zijn hoofdzakelijk naar buiten gericht: we verrichten allerlei uiterlijke handelingen met behulp van fysieke materialen. Door middel van materialen, symbolen en uiterlijke handelingen proberen we een beter beeld van God en de hindoeleer te krijgen, zodat we kunnen bezinnen en onszelf lichamelijk, geestelijk en spiritueel kunnen zuiveren. Bij prakritik puja werken we dus hoofdzakelijk buiten onszelf en proberen we van buiten naar binnen toe te werken.

Mansik puja

Mansik puja bestaat uit alle (offer)rituelen die geestelijk (mansik) plaatsvinden. Hierbij kun je denken aan meditatie. Mansik rituelen zijn hoofdzakelijk naar binnen gericht: we verrichten allerlei geestelijke activiteiten en gebruiken hierbij geen uiterlijke materialen. Ook het lichaam wordt hierbij niet of zo min mogelijk gebruikt. We sluiten onze ogen, sluiten ons ratio af en observeren onze gedachten, gevoelens, emoties en alles wat op dat moment op geestelijk niveau plaatsvindt. Bij mansik puja is er geen dualiteit van ‘binnen en buiten’; alles wat er is, is daar op geestelijk niveau aanwezig en we staan oog in oog met ons eigen innerlijk.

Het verschil tussen prakritik puja en mansik puja

Terwijl bij prakritik puja onze aandacht en concentratie uitgaan naar zaken die buiten onszelf staan, trekken we bij mansik puja juist steeds dieper in onszelf. Bij prakritik puja trainen we onze geest indirect met behulp van diverse materiële hulpmiddelen en bij mansik puja sluiten we ons juist af van materie en nemen we de teugels van onze geest rechtstreeks in handen (om vervolgens te leren onze geest te temmen, kalmeren, disciplineren en uiteindelijk balanceren). Mansik puja vindt daardoor op een hoger niveau plaats dan prakritik puja. Het offeren van een bloem is bijvoorbeeld vrij makkelijk, maar probeer maar eens je gedachten langer dan 5 minuten op één punt te laten focussen; dat is een hele opgave.

Mansik puja kan daardoor ook heel confronterend zijn, maar uiteindelijk, vooral wanneer je dit dagelijks, serieus en met regelmaat beoefent, werkt het ook heel verlossend. Om deze reden wordt mansik puja als hogere manier van verbinding met het goddelijke gezien.

Waarom vereren hindoes beelden?

Hindoes vereren geen beelden; zij vereren de normen, waarden en het symbolische gedachtegoed van de beelden die zij gebruiken en rituelen die zij verrichten.

De beelden zijn in principe hulpmiddelen om onze toewijding aan het goddelijke te offeren, te bezinnen en ons te herinneren aan de symbolische betekenis van de vorm en attributen. Elke goddelijke gedaante heeft bepaalde attributen en andere kenmerken die allemaal een eigen symbolische betekenis hebben. Ook elke rituele handeling heeft een eigen symboliek en betekenis.

Door afbeeldingen van het goddelijke te gebruiken en de rituelen hierbij te verrichten, worden hindoes steeds weer aan deze betekenissen en leringen herinnerd. Tegelijkertijd bieden beelden en symbolen ons een concentratiepunt of hulpmiddel om het goddelijke op één plaats te visualiseren op een manier die voor ons herkenbaar is.

Beelden in de hindoegeschriften

Diverse verzen uit de hindoegeschriften duiden aan dat God zowel vorm als vormloos is. Oftewel: God is zowel af te beelden als niet af te beelden. Of je God nu afbeeldt of niet; het zijn twee wegen van hetzelfde hindoeïsme en dezelfde vedische leer.

Zo beschrijft de Brihadaranyaka Upanishad twee hoedanigheden van Brahman: murtam en amurtam (vorm en vormloos). De één is grofstoffelijk en de ander is fijnstoffelijk. De één is vergankelijk en de ander is eeuwig. De één is gebonden en de ander is ongebonden. De één is omschreven, de ander is niet te omschrijven.1)Swami Mādhavānanda (1950) The Bṛhadāraṇyaka Upaniṣad with the commentary of Śankarācārya. Mayavati, India: Advaita Ashrama, p 329.

Een ander voorbeeld vinden we in de Shvetashvatara Upanishad, waarin verzen 4.1 en 4.2 beschrijven dat het vormloze oerprincipe Brahman zich ontvouwde in vele goddelijke gedaantes, zoals Agni, Aditya, Vayu en Chandra.2)Hume, R. (1921) Shvetashvatara Upanishad. The Thirteen Principal Upanishads. New York, Verenigde Staten: Oxford University Press, pp 399-411. Ook een bekende vers (1.164.46) uit de Rigveda bevestigt dit, door te stellen dat er één waarheid is die beschreven is met verschillende namen, zoals Vayu, Yama, Agni en Matarishvan.3)Auteur onbekend (jaartal onbekend) “Rigveda” Sacred Texts. URL bezocht op 24 februari 2014.

Een vers die vaak wordt aangehaald als tegenargument voor de beeldenverering is Yajurveda 40.9, die ook voorkomt in Isha Upanishad 12: “Andhaṃ tamaḥ praviśanti ye’sambhūtim-upāsate. tato bhūya iva te tamo ya u sambhūtyāṃ ratāḥ.” Deze vers is dubbelzinnig op te vatten en betekent: “Zij die zich toeleggen op het ongemanifesteerde komen terecht in duisternis. Zij die zich toeleggen op het gemanifesteerde komen in nog grotere duisternis terecht.” Echter wordt in de Isha Upanishad in de verzen hierna uitgelegd wat de gevolgen zijn van beide vormen van verering en dat het noodzakelijk is om beide te combineren.4)Auteur onbekend (2003) “Iśā Upaniṣad”, Ars Floreat. URL bezocht op 24 februari 2014, pp 43-66.

Dit kunnen we ook afleiden uit het feit dat de verschillende goddelijke gedaantes uit elkaar ontstaan. Zo lezen we in de Devi Sukta (Rigveda 10.125) dat Vagdevi Sarasvati de goddelijke moeder is die de oorsprong van al het bestaan is5)Auteur onbekend (jaartal onbekend) “Rigveda” Sacred Texts. URL bezocht op 24 februari 2014., terwijl de Brahmavaivarta Purana Krishna als oerbron beschrijft6)Srila Krsna Dvaipayana Vedavyasa (2009) Stories from the Brahma-vaivarta Purana. Vrindavan, India: Ras Bihari Lal & Sons. en de Shrimad Devi Bhagavat Maha Purana Durga deze positie toeschrijft.7)Auteur onbekend (jaartal onbekend), ShrimadDeviBhagavadMahaPurana Dvitiya Khanda (code 1898). Gorakhpur, India: Gita Press, pp 178..

In de Brahma Sutra’s staat de murti puja letterlijker beschreven. Sutra’s 4.1.4 en 4.1.5 beschrijven dat we in de pratikopasana (“beeldenverering”8)Auteur onbekend (jaartal onbekend) “Spokensanskrit.de”, Spokensanskrit.de. URL bezocht op 25 februari 2014.) symbolen en beelden van Brahman gebruiken om op Brahman te mediteren, maar wij deze symbolen slechts als hulpmiddel dienen te zien en niet als Brahman zelf. De Brahma Sutra’s beschrijven beelden en symbolen als middelen om ons te verbinden met Brahman9)Swami Sivananda (jaartal onbekend) “Brahma Sutras”. Swami Krishnananda. The Divine Life Society. URL bezocht op 12 december 2014., zoals de Isha Upanishad ook indirect aangeeft.

Bronverwijzingen   [ + ]

1. Swami Mādhavānanda (1950) The Bṛhadāraṇyaka Upaniṣad with the commentary of Śankarācārya. Mayavati, India: Advaita Ashrama, p 329.
2. Hume, R. (1921) Shvetashvatara Upanishad. The Thirteen Principal Upanishads. New York, Verenigde Staten: Oxford University Press, pp 399-411.
3, 5. Auteur onbekend (jaartal onbekend) “Rigveda” Sacred Texts. URL bezocht op 24 februari 2014.
4. Auteur onbekend (2003) “Iśā Upaniṣad”, Ars Floreat. URL bezocht op 24 februari 2014, pp 43-66.
6. Srila Krsna Dvaipayana Vedavyasa (2009) Stories from the Brahma-vaivarta Purana. Vrindavan, India: Ras Bihari Lal & Sons.
7. Auteur onbekend (jaartal onbekend), ShrimadDeviBhagavadMahaPurana Dvitiya Khanda (code 1898). Gorakhpur, India: Gita Press, pp 178.
8. Auteur onbekend (jaartal onbekend) “Spokensanskrit.de”, Spokensanskrit.de. URL bezocht op 25 februari 2014.
9. Swami Sivananda (jaartal onbekend) “Brahma Sutras”. Swami Krishnananda. The Divine Life Society. URL bezocht op 12 december 2014.