Wie blijft er over?

Na weken van volle dagen, afspraken, gesprekken en een hoop innerlijke beweging, heb ik vandaag eindelijk een lege dag.

Zo’n dag waarop niemand iets van me nodig heeft. Geen telefoon die afgaat, geen agenda die me vertelt waar ik over een uur moet zijn en geen boodschappen die nog gedaan moeten worden. Alleen ik, de stilte en een huis dat langzaam is opgewarmd door de zon. Waar veel mensen klagen over de hitte, merk ik juist dat mijn hele systeem ontspant. Het voelt zoals toen ik in Rishikesh woonde. Zo sereen. Zo licht. Alsof de warmte iets in mij opent wat zich in de winter automatisch sluit. Dit is echt mijn weer. Alsof mijn lichaam zachtjes zegt: “Eindelijk!”

Terwijl ik hier in een palazzo en tanktop op de bank zit, realiseer ik me hoe lang het geleden is dat ik me zo leeg voelde. Niet leeg als in uitgeput of verdrietig leeg, maar leeg als in… ruimte. Alsof er na lange tijd weer plek ontstaat voor iets nieuws. En misschien is dat wel precies wat er de afgelopen weken met me gebeurt. Alleen kon ik dat toen nog niet zo goed voelen. Ik was vooral in de actiemodus met de huizenjacht, het solliciteren, lesgeven en de OCI-aanvragen voor mijn klanten. Soms heb ik blijkbaar een lege dag nodig voordat ik duidelijker kan horen wat mijn systeem al die tijd al wist.

De afgelopen weken kwamen er veel oude herinneringen naar boven. Flashbacks. Emoties. Oude gevoelens die ik dacht allang verwerkt te hebben. Ik heb dat lange tijd gebagatelliseerd. Iedereen maakt tenslotte dingen mee. Maar als ik terugkijk, zie ik ook dat sommige ervaringen meer met me hebben gedaan dan ik mezelf wilde toegeven. De smaad, laster en bedreigingen waar ik al op jonge leeftijd mee te maken kreeg, het misbruik door vertrouwenspersonen, de messen in mijn rug door familie en vriendinnen… Leraren en spirituele meesters in India hebben me weleens gezegd dat het bijzonder was dat ik, na alles wat ik had meegemaakt, nog zo stevig stond. Ik wuifde dat altijd weg. Voor mij voelde het niet als kracht. Het voelde als overleven.

Al van jongs af aan kreeg ik te horen dat ik anders was. Dat ik dingen zag die anderen niet zagen. Dat ik vragen stelde waar leeftijdsgenoten helemaal niet mee bezig waren. Dat ik verder dacht, dieper voelde en verbanden legde die voor anderen minder vanzelfsprekend waren. Lange tijd heb ik geprobeerd om dat zachter te maken. Minder aanwezig te zijn. Minder diep te voelen. Minder mezelf te zijn. Niet bewust misschien, maar omdat je als kind uiteindelijk gewoon gezien wilt worden. Je wilt niet de vreemde eend zijn, of het beschadigde kind. Je wilt voelen dat je een plek hebt. Misschien is dat verlangen wel veel langer met me meegelopen dan ik ooit heb beseft.

Hoe ouder ik werd, hoe vaker mensen hun weg naar mij vonden wanneer het moeilijk was. Alsof ik een veilige haven was waar je kon aanmeren als het stormde. Familie. Vriendinnen. Mensen die ik nauwelijks kende. Via mijn website ontvang ik nog steeds bijna dagelijks telefoontjes of berichten van mensen die ergens in vastlopen en vragen of ik met ze mee wil kijken. En bijna altijd deed ik dat. Niet omdat het moest, maar omdat het vanzelf ging. Omdat ik weet hoe het voelt om je alleen te voelen. Om het idee te hebben dat je er zelf niet meer uitkomt. Als ik iemand daarin een stukje verder kon helpen, deed ik dat met liefde. En dan gaf ik mijn volle 100%.

Maar ergens onderweg is er ook iets scheefgegroeid. De laatste tijd begin ik steeds duidelijker te zien dat veel mensen vooral contact met me opnamen als er iets moest worden opgelost. Zodra de rust terugkeerde in hun leven, verdween ik weer naar de achtergrond. Alsof ik jarenlang huizen heb helpen bouwen en als timmervrouw vergeten werd zodra de laatste plank op zijn plek lag. Dat zag ik niet alleen terug in mijn (vrijwilligers)werk, maar ook vooral in mijn persoonlijke leven. Met familie en vriendinnen. Vaak leek het alsof ze me alleen opzochten als ze hulp nodig hadden. Zodra het me eindelijk een keer lukte om een grens aan te geven, nee te zeggen of mijn tarief te noemen, werd het opvallend stil.

Als ik daar nu op terugkijk, zie ik dat het niet alleen ging over de momenten waarop mensen hulp vroegen. Het ging ook over alle momenten daartussen. De lichte momenten. De gezellige momenten. Daar leek ik opvallend vaak buiten te vallen. Ik werd zelden uitgenodigd om gewoon iets leuks te doen. Een etentje. Een middag de stad in. Een wandeling. Een verjaardag. En als ik zelf voorstelde om af te spreken, kreeg ik vaak te horen dat er al andere plannen waren. Natuurlijk gebeurt dat weleens. Iedereen heeft een eigen leven. Maar wanneer hetzelfde patroon zich jarenlang blijft herhalen, ga je je afvragen welke plek je eigenlijk inneemt in het leven van anderen.

Dat besef werd misschien nog wel pijnlijker wanneer ik terugdacht aan de momenten waarop ik iets bijzonders organiseerde. Mijn boeklancering in 2013. Mijn grootste evenement in 2014, met meer dan duizend bezoekers. De vele workshops, themabijeenkomsten en andere events waar ik maanden met hart en ziel aan had gewerkt. En zelfs mijn afscheidsetentjes voordat ik voor langere tijd naar India ging. Vrijwel nooit zag ik daar familie of vriendinnen verschijnen. Ze konden niet, zeiden ze. Dat geloofde ik ook. Tot ik later op social media foto’s voorbij zag komen van etentjes, dagjes uit of gezellige avonden met anderen. Of van anderen hoorde dat ze diezelfde dag op een ander evenement waren geweest.

Misschien was dat nog wel het moeilijkste. Niet eens dat mensen die ik als dierbaren beschouwde er niet waren, maar dat ik mijn eigen verdriet steeds weer wegredeneerde. Alsof ik eerst voldoende bewijs moest verzamelen voordat ik mezelf toestemming mocht geven om geraakt te zijn. Terwijl het uiteindelijk niet ging over één gemiste uitnodiging of één afzegging. Het ging over een patroon. Over langzaam ontdekken dat veel mensen vooral een beroep op me deden wanneer ik iets voor hen kon betekenen, maar veel minder behoefte leken te hebben aan mijn gezelschap wanneer er niets opgelost hoefde te worden. Alsof ik er wel bij hoorde in de moeilijke hoofdstukken van hun leven, maar niet in de mooie. Alsof mijn plek vooral lag in het dragen van hun lasten, en veel minder in het samen vieren, lachen of simpelweg genieten van elkaars gezelschap.

Het duurde lang voordat ik aan mezelf durfde toe te geven dat dat me verdriet deed. Niet omdat ik applaus nodig heb. Ook niet omdat ik voortdurend erkenning verwacht. Maar omdat ik, net als ieder ander mens, verlang naar wederkerigheid. Naar iemand die me ziet voor wie ik ben. Die niet alleen aanklopt wanneer er in zijn of haar eigen leven iets opgelost moet worden, maar die ook oprecht benieuwd is hoe het met míj gaat. Die niet alleen verwacht dat ik er ben wanneer het stormt in hun leven, maar die ook naast mij komt staan wanneer het stormt in het mijne. Iemand met wie ik niet alleen de zware gesprekken voer, maar ook de mooie, lichte momenten van het leven mag delen. Iemand voor wie ik niet alleen van waarde ben om wat ik kan betekenen, maar ook om wie ik ben.

En misschien is dat nog wel het moeilijkste om te erkennen: niemand heeft mij gevraagd om mezelf zo vaak op de tweede plaats te zetten. Dat is iets wat ik, om allerlei begrijpelijke redenen, zelf ben gaan doen. Ik kan zeggen dat het een bekend patroon is binnen de familie waarin ik ben opgegroeid. Dat dat als Hindoestaanse vrouw en oudste kleindochter van mijn nani altijd van mij verwacht werd. Of dat ik de typische kenmerken heb van “het middelste kind”, of simpelweg veel te vroeg volwassen ben geworden. En daar zit ongetwijfeld een kern van waarheid in. Maar uiteindelijk zie ik ook dat ík deze rol ben blijven vervullen, lang nadat ik daar zelf keuzes in kon maken. Dat deed ik niet uit zwakte, maar omdat het een manier was geworden om me veilig en verbonden te voelen.

Het is confronterend om dat zo op te schrijven.
Maar tegelijkertijd voel ik dat daar ook iets los begint te komen.

Van kinds af aan dacht ik zelfs regelmatig dat ik geadopteerd moest zijn. Zo anders voelde ik me. Alsof iedereen een handleiding had gekregen over hoe je onderdeel bent van een gezin en de mijne vele pagina’s miste. Ik heb daar jarenlang van alles achter gezocht. Ik heb zelfs mijn medisch dossier opgevraagd bij het ziekenhuis waar ik geboren ben. Mijn geboorteakte aangevraagd bij de gemeente. Alsof ik ergens hoopte een antwoord te vinden op een gevoel dat al zo lang met me meeloopt. Natuurlijk vond ik niets. Geen enkel bewijs was ooit genoeg. Want waar ik eigenlijk naar zocht, stond nooit op papier. Het gevoel was echt. En misschien is dat inmiddels genoeg.

Lange tijd heb ik geprobeerd uit te vogelen wat ik met al deze gevoelens moet. Blijkbaar zat het me zo diep, dat ik zelfs de enkele vrienden die wél oprecht naar mij vragen en om me geven, op een afstand houd. Alsof ik mezelf tegenhoud een band met ze te hebben. Ik denk omdat ik ze niet tot last wil zijn met mijn emotionele bagage, ook al weet ik dat ik die steeds dieper aan het loslaten ben. En eerlijk gezegd ook omdat er ergens diep van binnen nog een oud stukje zit dat moeite heeft om volledig te geloven dat ik er mag zijn zonder iets te hoeven geven. Want ik weet niet meer hoe ik duurzame verbindingen aanga met anderen. Ik weet alleen hoe ik probleemoplosser moet zijn en diepe gesprekken moet hebben.

Misschien is dat wel de vreemdste ontdekking van allemaal. Ik weet eigenlijk niet zo goed wie ik ben in een familieband of vriendschap als niemand iets van me nodig heeft. Ik weet hoe ik luister. Hoe ik draag. Hoe ik oplos. Maar gewoon samen zijn? Lachen? Genieten? Er zijn zonder functie te hebben? Dat voelt bijna nieuw voor me.

Misschien is dat wel waarom de afgelopen weken zo intens voelden. Niet omdat er in de buitenwereld zoveel gebeurde met woning, werk en inkomen, maar omdat er van binnen iets aan het verschuiven is. Alsof een oude manier van leven langzaam afbrokkelt. Een manier waarin ik mijn plek vond door nodig te zijn. Door te zorgen. Door te dragen. Door problemen op te lossen. En als die oude manier van leven langzaam wegvalt, voelt dat tegelijkertijd bevrijdend en ontzettend onwennig. Want wie ben je als je niet langer hoeft te bewijzen dat je van waarde bent? Als je niets hoeft op te lossen, niemand hoeft te redden en gewoon mag bestaan?

Misschien is dat wel wat er nu gebeurt. Niet omdat de onzekerheid is verdwenen of oude patronen ineens weg zijn. Die toverstaf heb ik helaas nog niet gevonden. Maar er komt ruimte tussen mij en die oude overtuigingen die zo lang mijn leven hebben gestuurd. De afgelopen weken lijkt die oude pijn langzaam los te komen. Het voelt alsof mijn lichaam iets loslaat wat mijn hoofd allang niet meer hoefde vast te houden. Alsof er ergens diep van binnen eindelijk iets begint te begrijpen: ik hoef mijn plek niet langer te verdienen. Dat is een bijzondere gewaarwording. Want als die oude rol langzaam wegvalt… wie blijft er dan eigenlijk over?

Ik weet het nog niet.
En soms maakt dat me onrustig. Soms trek ik me terug. En soms lukt het me om gewoon even niet te hoeven weten. Het voelt alsof ik mezelf opnieuw leer kennen. In elk mogelijk opzicht…

Over 4 maanden moet ik mijn huidige woonplek verlaten. Ik heb nog geen idee waar ik straks ga wonen. Ik weet niet hoe mijn werk zich verder ontwikkelt. Ik weet niet hoe mijn leven er over een jaar uitziet. Persoonlijk niet. Professioneel niet. Letterlijk niet.

Vroeger zou die onzekerheid me volledig hebben opgeslokt. Nu voelt het anders. Alsof ik eindelijk begin te vertrouwen dat ik niet alles vooraf hoef te weten. Dat wat er ook gebeurt, het goed voor me zal zijn. Omdat ik inmiddels vaak genoeg heb ervaren dat juist de periodes waarin ik niets wist, achteraf de grootste kantelpunten bleken te zijn. Misschien is dit ook weer zo’n kantelpunt. Misschien begint een nieuw hoofdstuk helemaal niet met duidelijkheid. Misschien begint het gewoon hier. Op een warme zomerdag. In een palazzo en een tanktop. Met een lege agenda, vogels op de achtergrond en eindelijk genoeg stilte om te horen wat er al die tijd al in mij leefde.

Misschien is deze lege dag helemaal niet leeg. Misschien is dit precies de ruimte waarin iets nieuws geboren mag worden. Ook al blijf ik het tussendoor toch wel spannender vinden dan ik zou willen toegeven…

Annastasia

Over Annastasia

Sinds jongs af aan ben ik gedreven door persoonlijke en spirituele ontwikkeling. Tijdens mijn eigen zoektocht miste ik vaak herkenning, omdat mensen hun ervaringen meestal voor zich hielden. Daarom besloot ik op mijn 14e te bloggen over mijn eigen proces en mijmeringen. Voor mij is het een creatieve oefening en een manier om te delen wat ik zelf toen zocht en graag had gevonden. Open, eerlijk en met een vleugje kwetsbaarheid hoop ik anderen zo inspiratie en herkenning te bieden.