Steeds sneller terug bij mezelf
De afgelopen dagen zat ik er even doorheen. Mijn week begon met 5 afwijzingen voor bezichtigingen en sollicitaties, en dat hakte er meer in dan ik wilde toegeven. Langzaam glipte ik terug in oude patronen. Veel piekeren. Alles ingewikkelder maken dan het eigenlijk is. Dingen somber inzien. Twijfelen aan mezelf. En natuurlijk midden in de nacht wakker liggen, terwijl mijn hoofd op volle toeren draaide.
Het bijzondere is dat ik inmiddels steeds beter begin te zien wat er gebeurt als ik daarin terechtkom. In de yogafilosofie spreken we over samskara’s (oude indrukken) en klesha’s (oorzaken van lijden), of zoals Eckhart Tolle het noemt: de pain body. Een soort laag van oude emotionele pijn die geraakt kan worden en dan ineens alles kleurt. Alsof het je gedachten, gevoelens en reacties overneemt. Je ziet de werkelijkheid niet meer zoals die is, maar door iets wat er al eerder is gebeurd. Vroeger bleef ik daar soms weken of zelfs maanden in hangen. Inmiddels zie ik het sneller. Niet dat het dan meteen weg is, maar het voelt anders zodra ik het opmerk.
Misschien is dat wel één van de belangrijkste dingen die Reiki, Yoga en Ayurveda me de afgelopen jaren leren. Zien wat er echt gebeurt, zonder er meteen een verhaal van te maken. Leren luisteren naar wat er onder de ruis zit. En soms gewoon even blijven bij wat er is, zonder het te hoeven oplossen. Ik merk dat ik daar nog steeds in aan het oefenen ben. Maar het verandert wel. Begin vorig jaar zat ik nog huilend bij een Reiki-behandelaar, me afvragend of ik ooit überhaupt dieper zou kunnen voelen. En nu kan ik soms gewoon zien wat er gebeurt in mij. Dat blijft ergens nog steeds een vreemd soort wonder.
Vroeger maakte ik van iedere tegenslag meteen een project, iets om op te lossen. Harder werken. Vertrouwde mensen bellen. Analyseren. Denken. Nog meer denken. Alsof de oplossing ergens in dat denken en ploeteren moest liggen. In de praktijk werkte dat zelden. Hoe harder ik mijn best deed om controle te houden, hoe verder ik juist van mezelf af kwam te staan. Mijn hoofd maakte overuren, mijn systeem stond continu aan, en ondertussen werden de antwoorden alleen maar minder zichtbaar. Terwijl ze achteraf vaak verrassend eenvoudig waren. Alleen kon ik ze op dat moment niet zien.
Tegenwoordig probeer ik eerst weer terug te komen bij mezelf. Niet door iets te forceren, weg te duwen of te doen alsof alles vanzelf goed komt. Maar door simpelweg even te vertragen. Mijn zenuwstelsel tot rust te brengen. Een Reiki-behandeling. Een wandeling. Even fietsen. Doorademen. Of gewoon even niets hoeven oplossen. Pas als die onrust zakt, merk ik dat mijn blik weer ruimer wordt. Dan zie ik ineens mogelijkheden die er eerder ook al waren, maar waar ik volledig overheen keek.
Dat herken ik soms ook in gesprekken met anderen. Iemand die vastloopt in de OCI-aanvraag, terwijl het antwoord letterlijk staat in het artikel dat ik erover heb geschreven. Of iemand die al maanden probeert een afspraak bij de ambassade te krijgen, terwijl het mij en vele anderen in één of twee pogingen lukt. Of iemand die zegt dat bepaalde documenten onmogelijk te regelen zijn in Suriname en ze wordt weggestuurd bij het Centrum voor Burgerzaken, terwijl het blijkt dat ze naar iets heeft gevraagd waar de medewerkers nog nooit van hadden gehoord. Of een cursist die met vragen komt waar ik een uitgebreide video over had gemaakt, die hij simpelweg over het hoofd had gezien.
Dat zegt natuurlijk niets over iemands intelligentie of inzet. Ik denk eerder dat je brein soms zo vol zit dat je nog maar een klein stukje van het geheel ziet. De rest valt dan even weg. En zelfs als iemand je een eenvoudige oplossing aanreikt, komt die niet altijd binnen. Dat is iets wat ik herken uit mijn werk, uit mijn lessen in vedische astrologie en ook uit mijn eigen oude patronen. Hoe vaker ik het zie, hoe minder ik er iets van hoef te vinden. Het wordt eerder iets als: “Oh ja, daar zit ik weer even in.” En soms kan ik er zelfs om lachen. Dat is een verademing. Vooral ten opzichte van hoe ik mezelf voorheen voor mijn hoofd sloeg.
Wat voor mij steeds duidelijker wordt, is dat de oplossing niet zit in harder zoeken. Maar juist in even stoppen met zoeken. Ruimte maken. En dan zie je vaak dat er al veel meer mogelijk was dan je dacht. Zoals vanochtend bij de osteopaat. Ze voelde aan alles hoe mijn lichaam uit balans was. We raakten aan de praat en ergens in dat gesprek zei ze iets wat eigenlijk heel simpel was, maar precies binnenkwam, op zo’n manier dat ik het in mijn hele lijf voelde. “Blijf bij jezelf.” Niet bij alles wat ingewikkeld lijkt. Niet bij wat er allemaal mis kan gaan. Niet bij alles waar je geen invloed op hebt. Maar bij jezelf. Bij je eigen energie. En van daaruit weer kijken.
Het klinkt zo eenvoudig. Vroeger irriteerde het me als iemand zoiets zei. “Makkelijker gezegd dan gedaan,” dacht ik dan. Maar ergens verandert dat langzaam. Voor mij gaat spiritualiteit steeds minder over woorden, systemen of ideeën. En meer over hoe je aanwezig bent in je eigen leven. In je energie. Hoe je omgaat met wat er in je gebeurt. Hoe vaak je jezelf verliest en weer terugvindt. Dat gaat voor mij veel dieper dan mantra’s, puja’s of havana’s, waar ik me vroeger veel mee bezighield. Spiritualiteit voelt nu eerder als verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven. Voor je eigen keuzes. Voor je binnenwereld.
Toen ik van de week voor het eerst mijn eigen janma kundali uitwerkte, besefte ik weer dat we allemaal een bepaalde karmische blauwdruk hebben. We worden niet allemaal met dezelfde omstandigheden geboren. De één krijgt meer uitdagingen mee dan de ander. Voor de één lijkt alles vanzelf te gaan, voor de ander niet. Maar die blauwdruk is niet hetzelfde als je bestemming. We hebben allemaal een vrije wil. Niet over alles wat ons overkomt, maar wel over hoe we ermee omgaan. Niet alles ligt vast, niet alles is maakbaar, maar er is altijd beweging mogelijk. Hoe klein ook. Juist daar zit, voor mij, de kracht. Toch merk ik dat ik daar te weinig bij stil sta.
Waar mensen vaak mijn successen zien — dat ik vanaf mijn 9e websites bouwde, sinds mijn 16e een carrière opbouwde en sinds mijn 25e regelmatig naar India reis en daar uiteindelijk 5 jaar als nomade woonde — zien ze meestal niet wat daaraan voorafging. De jaren van hard werken. Werkweken van 50-70 uur, soms zelfs 90. De jaren waarin ik werd bedreigd, gestalkt en lastiggevallen. De momenten waarop ik opnieuw moest beginnen, twijfelde, of mezelf weer bij elkaar moest rapen. En de drie burn-outs en een periode van diepe depressie waarin zelfs de kleinste dingen, zoals eten koken, niet vanzelf gingen. En eerlijk gezegd voelt het ook nu alsof ik wéér opnieuw moet beginnen.
Mentaal weet ik waar ik vandaan kom en dat ik ver ben gekomen, maar emotioneel merk ik dat ik daar niet altijd bij wil. De pijn. Het verdriet. Het alsmaar doorgaan. De vermoeidheid die zich soms weer laat zien. Het komt in golven terug, en soms ook weer los. En misschien is dat precies hoe het werkt. Dat het leven niet alleen iets is wat je overkomt, maar ook iets waarin je steeds opnieuw kunt bewegen. Soms vooruit, soms achteruit, soms helemaal even niet zichtbaar.
En misschien is dat wel genoeg.



