Dharma mag ook voor mij zorgen
Het is inmiddels 8 jaar geleden dat ik mijn succesvolle carrière in de sluimerstand zette. Eerder ruilde ik mijn royale zzp-inkomen al in voor een gehalveerd salaris in loondienst. En uiteindelijk liet ik ook het laatste stukje zekerheid van een vast arbeidscontract los, omdat ik steeds sterker voelde dat ik niet alleen wilde werken, maar ook wilde leven.
In die periode had ik sterk het gevoel dat mijn leven in het teken van dharma moest staan. Alsof er ergens een richting lag die ik alleen nog maar hoefde te volgen. Zo werd mijn passie mijn werk. Ik begon nog meer te schrijven over dharma en gaf workshops en cursussen in pooja, havana, mantra japa en vedische astrologie. Tegelijkertijd nam ik de ruimte om dieper te duiken in de vedische traditie en mijn eigen beoefening verder te verdiepen. Het voelde alsof alles op zijn plek viel. Alsof de keuzes die ik maakte naadloos aansloten op het volgen van een innerlijke roeping. Al snel had ik een nieuwe manier gevonden om mijn leven rondom dharma vorm te geven.
Alleen was er één ding wat ik daarbij nog niet echt toeliet: dat dharma ook voor mij mocht zorgen.
Ik hield mijn tarieven bewust laag. Eigenlijk veel te laag. Ergens zat de overtuiging dat iets wat zo waardevol en heilig voelde niet zomaar een manier mocht zijn om mijn inkomen mee te verdienen. Dharma was seva. Dienstbaarheid. Iets wat je deelt vanuit liefde, niet iets waar je een goed bestaan mee opbouwt. Die overtuiging was natuurlijk niet zomaar ontstaan. Ik ben opgegroeid in een gemeenschap waarin geven en dienen belangrijke waarden waren. En daar zit veel moois in. Maar tegelijkertijd merkte ik dat ik mezelf ergens begon weg te cijferen. Alsof er iets verloren zou gaan wanneer ik ook een financiële waarde zou verbinden aan het werk dat ik vanuit liefde deed.
Pas later begon ik te begrijpen dat waarde en geld niet tegenover elkaar hoeven te staan. Dat iets waardevol is, betekent niet dat het gratis moet zijn. Sterker nog: soms geef je iets juist meer ruimte om te groeien wanneer je er een bewuste uitwisseling aan verbindt. Want wat ik langzaam begon te zien, was dat wanneer ik zelf de waarde van mijn werk niet volledig durfde te erkennen, anderen die waarde ook niet konden voelen. Wat ik vanuit liefde en toewijding gaf, werd steeds meer als vanzelfsprekend beschouwd. Ik werd een soort gratis vraagbaak waar mensen altijd terechtkonden voor antwoorden, advies en begeleiding. Ik dacht mee, schreef uitgebreide rituele handleidingen, luisterde naar persoonlijke situaties en gaf ondersteuning wanneer iemand dat nodig had. Allemaal vanuit de wens om te helpen.
Maar zonder dat ik het doorhad, werden de vragen steeds groter. De verwachtingen namen toe. En de waarde van wat ik gaf verdween steeds meer naar de achtergrond. Achteraf zie ik dat ik daar zelf ook een aandeel in had. Door steeds maar te geven zonder duidelijke grenzen, bevestigde ik misschien onbewust het idee dat dit de manier was waarop het hoorde. Dat mijn tijd altijd beschikbaar was. Dat mijn kennis gedeeld mocht worden zonder dat daar iets tegenover hoefde te staan. Ik had mezelf ervan overtuigd dat dit puurheid was. Dat dit seva was. Maar ergens begon ik te voelen dat er een verschil zit tussen geven vanuit overvloed en geven vanuit het idee dat je jezelf moet wegcijferen. Tussen dienstbaarheid en jezelf steeds kleiner maken.
Na mijn eerste Reiki-inwijding in 2019 begon ik dit steeds beter te begrijpen. Ik zag dat waarde en waardering met elkaar verbonden zijn. Wanneer iets altijd beschikbaar is en wanneer er nauwelijks iets tegenover staat, wordt het moeilijker om de werkelijke waarde ervan te voelen. Niet omdat mensen bewust ondankbaar zijn, maar omdat een investering ook een vorm van betrokkenheid is. Wanneer iemand bewust kiest om ergens tijd, energie of geld aan te besteden, zegt dat: dit is belangrijk genoeg om ruimte voor te maken. Langzaam begon ik te beseffen dat ik door mijn lage tarieven niet alleen mezelf tekortdeed, maar ook datgene wat ik zo graag wilde dienen. Door dharma geen ruimte te geven om voor mij te zorgen, behandelde ik het ergens alsof het minder waarde had.
Alsof iets wat heilig is geen aardse vorm mag aannemen. Terwijl misschien juist daar de balans zit. Dat ik dharma mag delen vanuit liefde én mezelf mag toestaan om daarvoor te ontvangen. Dat geven en ontvangen niet elkaars tegenpolen zijn, maar onderdeel van dezelfde stroom. Want uiteindelijk kun je niet blijven schenken uit een lege pot. Ook datgene wat je met zoveel toewijding geeft, heeft voeding nodig om te kunnen blijven stromen. Want ook een leven in dienst van dharma vindt plaats in deze wereld. Ook ik heb een huis nodig, moet mijn boodschappen betalen en draag als zelfstandige zelf de verantwoordelijkheid voor mijn inkomen, mijn vakanties, mijn ziekteperiodes en mijn toekomst.
Ergens had ik misschien het idee dat dit soort praktische zaken minder belangrijk waren omdat mijn werk voortkwam uit liefde en toewijding. Maar juist door daar verantwoordelijkheid voor te nemen, kan ik mijn werk met meer rust en vrijheid blijven doen. Gaandeweg begon ik ook te zien dat er een verschil zit tussen gehechtheid aan geld en een gezonde relatie met geld. Geld op zichzelf maakt iets niet minder zuiver. Het gaat er vooral om vanuit welke plek je ermee omgaat. Wanneer geld alleen maar draait om status, bezit of steeds meer willen hebben, kan het je inderdaad verwijderen van wat werkelijk belangrijk is. Maar wanneer geld een bewuste uitwisseling wordt die ervoor zorgt dat je kunt blijven doen wat je doet, krijgt het een andere betekenis.
Ik hoef mijn eigen welzijn niet tegenover dienstbaarheid te plaatsen. Het één maakt het ander juist mogelijk. Wanneer ik goed voor mezelf zorg, ontstaat er meer ruimte om er werkelijk voor anderen te zijn. Niet vanuit een gevoel van tekort, maar vanuit overvloed.
Vanuit dat besef ben ik ook anders gaan kijken naar mijn werk. Ik heb mijn tarieven verhoogd. Niet omdat ik ineens vond dat mijn werk duurder moest worden, maar omdat ik begon te voelen dat ik mezelf niet langer hoefde te verkleinen om dienstbaar te kunnen zijn. Ik vraag nog steeds geen extreem hoge bedragen en zorg ervoor dat mijn werk voor veel mensen toegankelijk blijft, maar ik doe mezelf niet meer tekort. En ja, dat heeft ook iets veranderd. Ik heb minder klanten dan voorheen. En sinds ik ben gestopt met social media en WhatsApp is mijn netwerk aanzienlijk kleiner geworden. Maar tegelijkertijd voelt het ook veel rijker. De mensen die nu bij mij komen, kiezen bewuster. Niet alleen voor een behandeling, een consult of een dienst, maar voor de aandacht, kennis en ervaring die ik meebreng.
Ik merk dat er een andere vorm van verbinding ontstaat wanneer mensen bewust investeren in wat ik te bieden heb. Er is meer waardering. Meer betrokkenheid. Meer wederkerigheid. Mensen reizen soms vanuit Groningen, Overijssel of zelfs België naar mij toe voor een OCI-aanvraag, vedische training, ayurvedisch consult of Reiki-behandeling. Niet omdat ik de enige ben die dit kan, maar omdat er iets in mijn manier van werken aansluit bij wat zij zoeken. En misschien is dat wel de grootste verandering. Door de waarde van mijn eigen werk meer te erkennen, trek ik ook mensen aan die deze waarde kunnen zien. De waarde van iets wordt natuurlijk niet bepaald door geld. Maar een bewuste uitwisseling kan er wel voor zorgen dat die waarde meer wordt erkend en gevoeld. Dat we met meer aandacht, respect en betrokkenheid met elkaar omgaan.
Zorgen voor jezelf betekent niet dat je minder dienstbaar bent. Misschien is het juist een manier om de waarde te eren van datgene wat je te geven hebt. Want ook dharma heeft een vorm nodig om in deze wereld te kunnen stromen. Een zaadje kan alleen groeien wanneer het de juiste voeding krijgt. Ook datgene wat we met liefde en toewijding geven, heeft ruimte nodig om gevoed te worden. Acht jaar geleden dacht ik dat ik moest kiezen tussen een succesvol leven en een leven in lijn met mijn dharma. Inmiddels begrijp ik dat die tegenstelling niet bestaat. Werkelijke rijkdom zit niet in hoeveel je kunt verzamelen, maar in hoeveel ruimte je creëert om te leven, te geven en te ontvangen. Door minder na te jagen, heb ik uiteindelijk meer gevonden. Niet meer bezit, niet meer zekerheid, niet meer status. Maar meer verbinding. Meer betekenis. Meer ruimte om te doen wat werkelijk bij mij past.
En misschien is dat wel de grootste les die dharma mij heeft geleerd: dienstbaarheid betekent niet dat je jezelf kleiner maakt. Het betekent dat je jezelf volledig beschikbaar stelt voor datgene wat door jou heen wil stromen. Inclusief je eigen waarde.



