Wanneer passie ook mag dragen

“Wat mooi dat je van je passie je werk hebt gemaakt.”
Het is een zin die ik vaak hoor. Lief bedoeld, oprecht. En ik begrijp hem ook. Van buitenaf lijkt het misschien eenvoudig, bijna idyllisch: leven met spiritualiteit als rode draad, reizen in India, werken vanuit bezieling in plaats van plannen, presentaties, spreadsheets en papierwerk. Geen kantooruren, geen targets, maar betekenis.

Wat minder zichtbaar is, is het ongemak dat daar soms onder ligt. Want hoe vraag je geld voor iets wat voor jou heilig is? En hoe onderhoud je jezelf als 40% van wat je vraagt naar de Belastingdienst gaat?

Voor mij was de Hindoe Dharma nooit een baan. Het was geen project of carrièrepad. Het was mijn adem. Mijn manier van kijken, van voelen, van zijn. Iets waar ik mee opstond en mee ging slapen. Jarenlang deed ik alles gratis. Vanuit idealisme, vanuit liefde, vanuit het diepe geloof dat dit niet “van mij” was om te verkopen. Dat wijsheid vrij hoort te stromen. Het voelde onnatuurlijk om er geld aan te verbinden, bijna als een vorm van verraad. Alsof je een prijskaartje zou hangen aan liefde. Of aan stilte. Of aan ademen.

In die tijd geloofde ik oprecht dat dienstbaarheid betekende dat je jezelf weggeeft, zonder grenzen. Dat echte spiritualiteit zuiverder is als er niets tegenover staat. Ik was jong, idealistisch en had weinig nodig. Ik woonde thuis, had nauwelijks vaste lasten en hoefde niets overeind te houden. Bovendien voelde ik me rijk in inspiratie en energie, alsof er een groot innerlijk vuur in me brandde. Wat ik toen nog niet kon zien, is dat vuur ook voeding nodig heeft. Dat zelfs toewijding niet oneindig kan branden zonder gevoed en goed verzorgd te worden.

Elf jaar geleden vroeg ik voor het eerst geld voor mijn activiteiten. Dat voelde ongemakkelijk, bijna alsof ik een grens overschreed. Alsof ik iets heiligs aantastte. Uit voorzichtigheid hield ik mijn tarieven laag, bang om de drempel voor mensen te hoog te maken of mijn idealisme te verliezen. €7,50 voor een workshop, €29 voor een uitgebreid consult. Als ik er nu aan terugdenk, lijkt het bijna lachwekkend laag, bijna onvoorstelbaar dat ik me daar zorgen over maakte. Toch was het een eerste stap in het leren zorgen voor mezelf, terwijl ik nog steeds trouw bleef aan wat echt waardevol voor me was.

Ondanks die lage tarieven kwamen er soms opmerkingen dat het te duur was. Hoe kon ik geld vragen voor Dharma? “Dharma-activiteiten horen gratis te zijn”, en “vervoer kost ook geld”. Soms voelde het alsof ik moest kiezen tussen trouw blijven aan mijn idealen en trouw blijven aan mezelf. Alsof iedere euro die ik vroeg een kleine strijd was tussen dienstbaarheid en zelfzorg. Elke keer als ik een activiteit organiseerde en er geld voor vroeg, hoopte ik weer dat niemand daar iets van zou vinden. Dat niemand zou denken: wie denk jij wel dat je bent?

Pas later zag ik hoeveel ruimte ik mezelf daarmee ontzegde. Hoe weinig toestemming ik mezelf gaf om ook gedragen te worden. Want wat vaak onzichtbaar blijft, is hoeveel dit pad vraagt. Opleidingen, boeken, retraites, reizen naar India, verblijven in ashrams, jaren van begeleiding door leraren, dagelijkse sadhana. Soms onder omstandigheden die allesbehalve comfortabel waren. Daar zijn meer dan 20 jaar en tienduizenden euro’s in gegaan. En dan heb ik het nog niet eens over de innerlijke weg: de twijfel, de eenzaamheid, het afpellen van oude lagen, het steeds vallen en opnieuw beginnen.

Toch leefde er diep in mij het idee dat spiritualiteit gratis zou moeten zijn. Dat geld het vervuilt. En ja, geld kan vervuilen. Je ziet het vaak genoeg bij pandits en swami’s die in villa’s wonen en in dure auto’s rijden terwijl ze eenvoud prediken. Maar het kan ook dragen. Voeden. Ruimte scheppen. Mijn lichaam moest me dat leren. Burn-outs zijn daarin meedogenloos eerlijk. Ze ontstaan niet omdat je te weinig doet, maar omdat je structureel over je grenzen gaat. Bij mij zat die grens niet alleen in te hard werken, maar vooral in blijven geven zonder te ontvangen. In leeglopen, terwijl ik dat spiritueel probeerde te rechtvaardigen.

Het heeft jaren geduurd voordat ik begreep dat geld vragen voor mijn werk geen compromis is, maar juist een vorm van integriteit. Dat zorgen voor mezelf een voorwaarde is om anderen écht te kunnen dienen. Dat mijn tijd, energie en ervaring waarde hebben, en dat erkenning daarvan niet afdoet aan de heiligheid van Dharma, maar juist de cirkel rond maakt: van geven en ontvangen. Blijven geven zonder te ontvangen is geen seva, geen dienstbaarheid. Het is zelfverwaarlozing. En ook dat, leerde ik, kan een vorm van ego zijn. Omdat je jezelf dan boven de menselijke wetten plaatst.

Werk dat vanuit liefde en bezieling ontstaat, wordt er niet minder zuiver door dat er een vergoeding tegenover staat. Vandaag de dag vraag ik €75 per uur. Ik schrijf nog steeds gratis, beantwoord vragen nog steeds gratis, en ja, 40% gaat naar de Belastingdienst, dus echt rijk word ik er niet van. Ik woon in een huurhuis, heb geen auto en leef bewust eenvoudig om ruimte te houden voor mijn werk en energie. Toch blijft het lastig om mezelf naar buiten te brengen en geld te vragen. Maar met vallen en opstaan doe ik het steeds opnieuw, want het geeft me de mogelijkheid om te blijven geven zonder mezelf voorbij te lopen.

En dat is uiteindelijk waar het om gaat: dat de mensen die bij mij komen – of het nu voor een workshop, een consult, cursus, spirituele India-reis of een stukje inspiratie is – écht kunnen ervaren wat deze wijsheid voor hen kan betekenen. Dat ze kunnen groeien, rust vinden of hun eigen pad helder zien. Dat mijn tijd en energie beschikbaar zijn om hen met aandacht en aanwezigheid te ondersteunen, zonder dat ik mezelf uitput.

Annastasia

Over Annastasia

Sinds jongs af aan ben ik gedreven door persoonlijke en spirituele ontwikkeling. Tijdens mijn eigen zoektocht miste ik vaak herkenning, omdat mensen hun ervaringen meestal voor zich hielden. Daarom besloot ik op mijn 14e te bloggen over mijn eigen proces en mijmeringen. Voor mij is het een creatieve oefening en een manier om te delen wat ik zelf toen zocht en graag had gevonden. Open, eerlijk en met een vleugje kwetsbaarheid hoop ik anderen zo inspiratie en herkenning te bieden.