Als vrouw op het spirituele pad (deel 1)
Ik bewandel het spirituele pad nu ruim 20 jaar. In die tijd heb ik veel heling en verlichting ervaren, maar ook geleerd dat de wereld van spiritualiteit niet alleen gaat over stilte, mantra’s en mooie woorden. Het gaat ook over macht. Over rollen. Over wie wel en wie niet wordt binnengelaten.
En één ding weet ik zeker: als vrouw is dit pad niet hetzelfde als voor mannen.
Sinds mijn tienerjaren hoorde ik pandits en swami’s zeggen dat de positie van de vrouw hoog staat aangeschreven binnen de Hindoe Dharma. Dat we zelfs spirituele rollen mogen vervullen en dharma in haar diepgang mochten leren en beoefenen, zoals Gargi en Lopamudra. In lezingen verwezen ze naar Shakti, Devi, het vrouwelijke principe als bron van kracht en wijsheid. In woorden klonk dat prachtig.
Ook inhoudelijk is dit duidelijk aanwezig binnen de Hindoe Dharma: Gayatri als Vedamata, Sarasvati als godin van kennis, Navratri, Durga puja… In teksten, symboliek en verhalen is de positie van de vrouw duidelijk. Het klonk dan ook als muziek in mijn oren als ik pandits en swami’s dit hoorde prediken in de mandir, in de media en in lezingen. Maar zodra ik verder keek, begon het te wringen.
Want waar waren die vrouwen? De leraren, de begeleiders? Binnen de stromingen die zo trots over deze rechten spreken, zag ik hooguit enkele pandita’s. En zij stonden zelden op de voorgrond. Hun rol bleef beperkt tot ondersteunende taken: helpen in de keuken, bloemenkransen maken, bhajans zingen, af en toe een gebed voordragen of helpen in de mandir. Inhoudelijke scholing of begeleiding was nauwelijks toegankelijk. Je kon hoogstens hindiles van ze krijgen.
Toen ik zelf de verdieping zocht binnen de Hindoe Dharma, werd dit verschil steeds zichtbaarder. Waar jongens en mannen toegang kregen tot leraren, opleidingen en begeleiding, mocht ik hoogstens de website maken, artikelen schrijven, notuleren bij studiegroepen en helpen met het organiseren van satsangs. Dingen die ik met liefde deed en waardevol vond, maar geen leerweg vormt. Zodra je als vrouw niet alleen wilt dienen, maar wilt leren, verandert er iets. Wanneer je niet tevreden bent met de basis, maar de diepte in wilt, dan gaat de deur op een kier. Of hij gaat dicht.
Daarom besloot ik intensief zelfstudie te doen, door geschriften te lezen en pandits te observeren tijdens rituelen. Met foto’s, video’s en dictafoon. Het voelde haast als spionage. Maar wat moet je anders, als ze je niet willen opleiden? Alles wat ik leerde, oefende ik eerst op mezelf, en vanaf mijn 14e besloot ik het te delen via HindoeDharma.nl. Daarop kreeg ik te maken met smaad, laster en bedreigingen. Niet omdat ik iets verkeerd deed, maar “omdat een vrouw geen geschriften hoort te bestuderen of karmakaand hoort te doen”. Laat staan uitleggen. Laat staan delen. Laat staan “prediken”.
Het raakte me dieper dan ik wilde toegeven. Paniekaanvallen. Slapeloze nachten. Talloze gedachten en angsten in mijn hoofd. Soms gedachten om mijn leven zelf te beëindigen, voordat ik door hen zou worden verkracht of voor de trein zou worden geduwd, zoals in sommige telefonische en schriftelijke bedreigingen werd gezegd. Ik was jong, zoekend, en tegelijk vastberaden. Ik wilde leren, begrijpen, leven in deze kennis. En ik weigerde te geloven dat dit verlangen op zichzelf verkeerd was. Al voelde ik me vaak verloren en bang. Dat was een moeilijke tweestrijd.
Via het internet vond ik mensen die wél bereid waren kennis te delen. Er waren geen formele leraren of opleidingen waar ik terechtkon, dus leerde ik via MSN, e-mail en discussieforums. En door dagelijkse, urenlange zelfstudie en beoefening. Ik was dankbaar dat ik überhaupt verder kon. Ik leerde veel. Maar ergens voelde ik ook een leegte. Ik wilde begeleid worden. Gecorrigeerd. Uitgedaagd. Echt de leer in, niet eromheen blijven cirkelen. Intellectueel was ik ver, en belezen, maar van binnen wist ik dat ik nog heel wat lagen moest afpellen om me lichter te kunnen voelen en dharma echt te belichamen.
Op mijn 25e reisde ik voor het eerst naar India, in de hoop daar leraren en opleidingen te vinden die me verder zouden helpen. Soms vond ik een ingang. Soms ontmoette ik fijne mensen. Maar vaak werd ik ook geweigerd. In ashrams. In religieuze centra. In dharamshala’s. Zeker als jonge, alleenstaande vrouw. Vaak kreeg ik te horen dat mijn “dharma als vrouw” zou zijn om te trouwen en kinderen te krijgen, en ik pas klaar zou zijn voor dit pad als mijn rol naar mijn kleinkinderen was vervuld. Oftewel: na mijn 60e. Terwijl mannen van mijn leeftijd meteen in de leer mochten.
En als ik al werd toegelaten, was het altijd tot een bepaald punt. Net genoeg om mee te doen. Niet genoeg om echt verder te komen. Dat knaagde. Niet omdat ik sneller wilde of een titel wilde, maar omdat ik voelde dat mijn toewijding en verlangen oprecht waren, en hier geen oog voor was. Ze keken niet verder dan het feit dat ik vrouw ben. Het verschil tussen hoe mannen en vrouwen toegang krijgen, tussen hoe devotie wordt gezien en beoefend, was overal voelbaar. Soms subtiel, soms pijnlijk zichtbaar. Ik zag het in mandirs in Nederland, heilige plaatsen als Rishikesh, Uttarkashi en Nashik, bij retraites en zelfs in vipassanacentra…
Het heeft jaren geduurd voordat ik werkelijk goede leraren en spirituele meesters vond bij wie ik de diepte in mocht. En ook daar moest ik mezelf vaak bewijzen voordat ik als student werd geaccepteerd voor het verdiepende traject met persoonlijke begeleiding. Tegelijkertijd hoorde ik mannelijke collega’s vertellen hoe vanzelfsprekend hun toegang was: dagen- of zelfs maandenlang optrekken met sadhu’s, swami’s en andere beoefenaars die ze tegenkwamen tijdens het reizen in India, gepaard met diep leren en beoefenen.
Dat verschil is moeilijk te negeren.
Niet alleen opleiding en begeleiding, maar zelfs accommodatie in heilige plaatsen werd vaak geweigerd. Tijdens mijn reizen in India werd ik in meerdere ashrams, religieuze centra en dharamshala’s geweigerd. Geen kamer. Geen bed. Geen plek. Soms vriendelijk gebracht, soms ronduit bot. Meerdere keren sliep ik buiten. Koude nachten op een stoep of treinstation. Niet omdat er geen plek was, maar omdat ik een vrouw was. In regio’s waar vrouwen als Sita en Draupadi ooit hun ascese beoefenden. Hoe ironisch.
Als vrouw op dit pad leer je al vroeg dat alleen verlangen en toewijding niet voldoende zijn. Je moet ook veel verdragen. Je leert incasseren. Twijfelen. Vallen en opstaan. Doorgaan. Je leert je eigen toewijding serieus te nemen, ook wanneer de omgeving dat niet doet. Om omwegen te lopen waar mannen een rechte weg krijgen. Om te blijven staan terwijl je impliciet hoort dat je eigenlijk niet de doelgroep bent.
En dat is nog vóórdat je te maken krijgt met iets anders.
Iets wat misschien nog dieper snijdt.
Wordt vervolgd…




