Nieuwjaar in stilte, met herrie om me heen

Dit jaar vierde ik Oud & Nieuw weer in mijn eentje. Nja, “vieren”… eerlijk gezegd zijn het voor mij gewoon dagen. Geen aftelklok, geen feestje, geen visite over de vloer, geen plotseling moment waarop alles ineens anders voelt. Terwijl buiten het vuurwerk knalt alsof het oorlog is en iedereen collectief besluit dat er nu iets verandert, zit ik binnen. Met een kop thee, een ontspannen film en een dekentje over me heen. Zoals elke avond eigenlijk, als ik niet aan het werk ben.

De laatste tijd merk ik dat ik steeds meer behoefte heb aan rust en vertraging. De bezige bij in mij voelt dat het tijd is voor een pas op de plaats, om te erkennen dat er een diepere disbalans in mij aanwezig is die aandacht vraagt. Sinds 2013 heb ik drie keer een burn-out gehad, maar telkens gaf ik mezelf niet de ruimte om echt volledig te herstellen. Zodra ik weer wat energie had, werkte ik door en bleef ik geven, terwijl mijn lichaam en geest signalen gaven die ik te vaak negeerde. Die fout probeer ik nu recht te zetten, door tijd te nemen om te ademen, te vertragen en te luisteren naar wat ik werkelijk nodig heb.

Dat voelt vaak ongemakkelijk. Op andere dagen kan ik me nog laten afleiden door werk, telefoontjes of een film, maar alleen zijn met Oud & Nieuw legt een spiegel voor me neer. Er is niets om me achter te verschuilen. Geen drukte, geen afleiding, geen rol die ik moet spelen. Zelfs de herrie buiten nodigt uit om de stilte in mezelf op te zoeken. En hoe vaker ik mezelf toestond om dat gewoon te laten zijn, hoe duidelijker het werd: dit is gewoon wat het is. Geen facade meer, gewoon de naakte waarheid. Eenzaamheid, stilte en het zachte besef dat ik aanwezig ben, zonder dat er iets spectaculairs moet gebeuren.

Dat is niet altijd zo geweest. Vroeger was het een hele happening met familie, lekker eten en gezelligheid. Maar sinds mijn nani in 2009 op oudjaarsdag overleed, en ik op jonge leeftijd te maken kreeg met het hele familiedrama daaromheen, voelde Oud & Nieuw alleen maar als een toneelstuk. Bheed mein tanhaai. Eenzaamheid te midden van mensen. Zogenaamd gezellig doen, terwijl er weinig oog is voor elkaar, weinig echte aandacht, weinig oprechte interesse. Gesprekken blijven oppervlakkig, omdat het verleden niet mag worden aangeraakt. Daarom ben ik met de feestdagen maar liever alleen.

Nieuwjaar voelt voor mij wel altijd een beetje dubbel. Aan de ene kant hangt er hoop in de lucht: een nieuw begin, een frisse start, een kans om dingen anders te doen. Aan de andere kant kan het ook zwaar voelen, omdat ik weet dat familie – waarvoor ik vroeger leefde – een verloren hoofdstuk is, ik geen groot plan heb, geen lijst met doelen, geen kring van mensen om me heen. Alsof ik achterloop wanneer mijn binnenwereld niet synchroon loopt met het collectieve “nu gaat het gebeuren”-gevoel. Voor mij voelt 31 december nauwelijks anders dan 30 december, of 2 januari. En hetzelfde met de tijdlijn van leeftijden…

De dagen vloeien in elkaar over, en misschien is dat precies hoe het leven zich laat ervaren: niet in duidelijke hoofdstukken, maar in een doorgaande beweging. In de vedische traditie zijn we dat eigenlijk gewend. Tijd is cyclisch. Alles ontstaat, verdwijnt en keert terug, steeds opnieuw. Er is geen begin of eind; het zijn slechts overgangen. De kalender kan wel zeggen dat er iets nieuws begint, maar innerlijke verandering laat zich zelden op commando afdwingen. Die gedachte gaf me rust, juist op een avond waarop zoveel nadruk ligt op het markeren van een moment.

Toch voelde ik dit jaar wel iets. Toen ik er voorzichtig naartoe ging, klonk een zachte, bijna ongemakkelijke vraag die bleef hangen: “Hoe gaat het eigenlijk met mij?” Niet “wat wil ik bereiken”, niet “wat moet er beter”, maar simpelweg: “hoe is het nu?” Die vraag is mij lang niet gesteld, zeker niet op dit niveau zo diep in mezelf. Uiteindelijk zit er in dat kleine moment van zelf-aandacht iets waardevols. Het is geen grootse overwinning, geen knallend feest, geen lijst met goede voornemens. Het is de stilte durven voelen, de aanwezigheid van mezelf erkennen en mezelf te zien zoals ik ben.

In de Bhagavad Gita wordt gesproken over waarnemen zonder oordeel: zien wat er is, zonder het meteen goed of fout te noemen. Die gedachte kwam die avond vaak bij me terug. Juist omdat ik merkte hoe graag ik mezelf wilde geruststellen, verbeteren of alvast plannen wilde maken. Terwijl de echte uitnodiging misschien wel was om niets te fixen, maar gewoon te blijven zitten bij wat er was. Geen verwachtingen waar ik aan hoefde te voldoen, geen rol die ik moest spelen, geen vrolijkheid die ik moest opbrengen “omdat het nu eenmaal feest is”. Die stilte voelde soms ongemakkelijk, maar ook eerlijk.

Misschien is dat uiteindelijk wat nieuwjaar kan betekenen: geen knallend begin, geen verplichte vreugde, maar een uitnodiging om te voelen, te observeren en te erkennen wat er is. Om te merken hoe het werkelijk met me gaat, zonder iets te moeten veranderen of bewijzen. Dat besef, zo klein en eenvoudig, voelt voor mij nu als een begin. Niet spectaculair, niet luid, maar echt. Niet iets dat van buitenaf wordt opgelegd, maar iets dat van binnenuit groeit. Een zachte herinnering dat ik, met al mijn kwetsbaarheid en imperfecties, hier mag zijn, en dat dat op zichzelf al genoeg is.

En misschien is dat genoeg om het nieuwe jaar te betreden: aanwezig, met mezelf, precies zoals ik ben.

Annastasia

Over Annastasia

Sinds jongs af aan ben ik gedreven door persoonlijke en spirituele ontwikkeling. Tijdens mijn proces miste ik herkenning, omdat mensen hun ervaringen vaak voor zich hielden. Daarom besloot ik op mijn 14e te bloggen. Voor mij is het een creatieve manier om te delen wat ik toen heb gemist. Open, eerlijk en met een vleugje kwetsbaarheid hoop ik anderen zo inspiratie en herkenning te bieden.