Ademruimte vinden te midden van de drukte
Het is een drukke wereld. Het nieuws schreeuwt, cijfers worden genoemd, regels veranderen, en soms lijkt het alsof we alleen nog bestaan uit verplichtingen en verwachtingen. En toch, in het midden van die chaos, ontdek ik steeds weer dat er een plek is die niemand kan innemen. Een plek die helemaal van mij is.
Die plek zit soms in een ademhaling, rustig en diep. Soms in een ochtend dat ik mezelf een Reiki-behandeling geef en de energie voel die door me heen stroomt. Of een avond dat ik simpelweg stil op de bank zit, met een kop thee in mijn handen, en mijn aandacht voelbaar richt op het moment dat ik leef. Het is geen ontsnapping of vlucht, maar een zachte herinnering dat ik er nog steeds ben, dat ik adem en voel, dat ik mens ben te midden van alles wat van buiten op me afkomt.
Ik merk dat de wereld ons vaak probeert te vertellen wie we moeten zijn. Hoe we moeten reageren, hoeveel we moeten presteren, hoeveel angst we moeten voelen om mee te doen. En terwijl ik die druk voel, merk ik dat ik niet hoef mee te rennen. Dat ik een stap terug kan doen en simpelweg kan waarnemen. Dat ik kan voelen hoe de spanning in mijn schouders langzaam loskomt, hoe de gedachten die nooit stil lijken te staan even plaatsmaken voor iets zachters, iets menselijks.
Soms gebeurt het onverwacht. In de stilte van de vroege ochtend hoor ik de vogels zingen, en voor een moment lijkt alles in mij stil te worden. Het is alsof de wereld even niet bestaat, of misschien alsof ik een stukje van de wereld op een andere manier kan waarnemen. Niet als een bron van stress of verplichting, maar als iets levends dat ademhaalt, net zoals ik. En daar, in dat moment, voel ik hoe iets van de last die ik de hele dag voel, loslaat.
De wereld blijft luid en onrustig. Nieuws komt en gaat, berichten vullen onze schermen, verwachtingen stapelen zich op. Soms voelt het alsof je de hele tijd tegen een stroom inzwemt die alleen maar sneller lijkt te gaan. Maar ik merk dat ik, ondanks alles, mijn eigen ritme kan vinden. Het is geen afwijzing van de wereld, geen afsluiting, maar een bewuste keuze om ruimte te maken. Ruimte voor mijn adem, mijn gevoel, mijn menszijn.
Het is een zachte strijd, een oefening in aanwezigheid. Ik merk hoe het mijn relaties verandert. Wanneer ik zelf rustiger ben, merk ik dat er ruimte ontstaat voor anderen. Een kort gesprek, een blik, een aanraking. Het zijn geen grote dingen, maar ze voelen ineens vol betekenis. De wereld blijft druk, maar ik kan iets van die druk verzachten. Niet door alles anders te maken, maar door mezelf anders te zijn, door bewust aanwezig te zijn.
Soms voel ik verdriet of frustratie. Het leven is niet altijd zacht, en dat hoeft het ook niet te zijn. Maar zelfs in die gevoelens kan ik ademen. Ik kan ze erkennen zonder dat ze mij overnemen. Het is een zachte kracht, een stille aanwezigheid die zegt: “Je hoeft niet alles te dragen, je hoeft niet alles te begrijpen, je hoeft alleen maar te zijn.” Alsof het goddelijke zelf tegen me spreekt. En dat besef – dat ik besta, voel, adem, leef – kan rust brengen, zelfs in de storm.
Langzaam leer ik dat draagkracht niet altijd gaat over doen of oplossen, maar over zijn. Gewoon zijn, met wat er is. Met de vermoeidheid, de zorgen, de vreugde en de kleine momenten van verwondering. Soms is dat het geluid van vogels waarmee ik opsta, het vrolijke gelach van een kind, het zonlicht op mijn gezicht, het geluid van mijn eigen adem. Soms is het de stilte ’s avondslaat, wanneer ik wakker ben terwijl de wereld al lijkt te slapen.
Het gaat niet om perfectie, maar om eerlijkheid. Om het erkennen van jezelf als mens, compleet met kwetsbaarheid, vermoeidheid en verlangen. En in die momenten voel ik iets dat groter is dan ikzelf. Een gevoel van verbondenheid. Met de aarde, met het leven, met de energie die alles draagt. Het is geen escapisme, geen spirituele truc. Het is een herinnering dat, zelfs te midden van chaos, er altijd een plek is waar ik thuis kan zijn. Een plek in mijzelf, zacht en veilig.
Misschien is dat de kern van wat het betekent om mens te zijn: niet dat we alles onder controle hebben, maar dat we onszelf toestaan te voelen, te ademen, te zijn. Het leven kan chaotisch en zwaar zijn, maar in elke ademhaling ligt een mogelijkheid voor vrede. In elke stilte een kans om mens te zijn, volledig en onverminderd. En langzaam, heel langzaam, wordt het draaglijker. Niet omdat de wereld verandert, maar omdat ik verander in hoe ik er in sta. Niet door alles te begrijpen, maar door aanwezig te zijn. Niet door alles te dragen, maar door te voelen dat ik besta. En soms is dat genoeg.



