10 dagen Vipassana en de reis naar binnen
Onlangs ben ik teruggekomen van een 10-daagse Vipassana. Elke keer voelt het weer een beetje alsof ik uit een andere wereld terugstap in het gewone leven. Alsof alles stiller is geworden van binnen, terwijl de buitenwereld gewoon op volle snelheid doorgaat.
Voor wie het niet kent: Vipassana is een eeuwenoude meditatietechniek uit India, die draait om het observeren van je lichaam en geest, precies zoals ze zijn. Niet zoals je zou willen dat ze zijn, niet zoals je ze met je hoofd begrijpt of met woorden benoemt, maar precies zoals ze zich op dat moment aandienen. Zonder oordeel, zonder ingrijpen, zonder iets te willen veranderen. Alleen maar waarnemen. Tien dagen lang leef je in stilte. Geen telefoon, geen elektronica, geen boeken, geen gepraat, geen oogcontact. Alleen jij, je ademhaling, je lichaamssensaties… en alles wat er in je hoofd voorbij komt. Je leert om niet weg te gaan van wat er is, maar juist om erbij te blijven. Echt te kijken. Echt te voelen.
Ik beoefen deze techniek nu sinds 2016, en dat jaar voelt nog steeds als een kantelpunt, ook al was dat toen helemaal niet zo duidelijk. Begin dat jaar ben ik gestopt met alle pooja’s, havana’s en andere rituelen waar ik 13 jaar lang intensief mee bezig was. Mijn leven draaide toen om discipline en herhaling: dagelijks uren aan rituelen, vaste momenten van gebed, vastenpatronen en het lezen van geschriften. Elke dag begon en eindigde met 3 uur lang allerlei rituelen en gebeden. Het gaf structuur, richting en vooral een diep gevoel van verbondenheid met iets wat groter voelde dan mezelf, iets wat mijn dagen droeg en betekenis gaf aan alles wat ik deed.
En laat ik daar eerlijk over zijn: rituelen zijn mooi. Ze hebben betekenis. Ze kunnen je hart openen, je geest kalmeren en je helpen vertragen in een wereld die vaak te snel gaat. Ze verbinden je met iets groters, met traditie, met iets wat je niet altijd kunt uitleggen maar wel kunt voelen. Maar voor mij begon het ook te schuiven. Het bleef voelen alsof ik vooral bezig was met de buitenkant van het pad, terwijl er vanbinnen iets lag waar ik niet echt bij kwam, hoe toegewijd ik ook was in wat ik deed. Ergens begon ik te voelen dat het voor mij niet meer genoeg was. Dat het – hoe waardevol ook – vooral aan de oppervlakte bleef werken. Ik had het gevoel dat ik bleef hangen in oude patronen en er maar niet van los kwam.
Er zijn veel periodes geweest waarin het voelde als dweilen met de kraan open. Ik kwam telkens weer uit bij dezelfde patronen, dezelfde pijn, dezelfde innerlijke spanning, alleen in een andere vorm gegoten. Er kwam een punt waarop ik besefte: als ik echt wil begrijpen wat er in mij leeft, als ik echt vrij wil worden van oude patronen, pijn, verdriet en mijn eigen schaduwkanten, dan moet ik dieper gaan. Verder dan vorm. Verder dan uiterlijke handelingen. Verder dan woorden of mantra’s. Verder dan het “doen” van spiritualiteit. Dus ik ging een andere kant op. Meer richting Yoga, Vipassana, Ayurveda en de meer zuivere, innerlijke kant van de Vedantische leer. Minder buitenkant, meer binnenwerk.
Maar dat ging alles behalve soepel.
Ik weet nog hoe verloren ik me in het begin voelde. In januari 2016 begon ik met mijn allereerste yogalessen. Ik kon eigenlijk niets. Geen enkele asana lukte me, behalve een beetje de downward facing dog. Mijn lichaam werkte niet mee, mijn hoofd zat overal en nergens, en mijn docent keek me soms aan alsof hij niet zo goed wist wat hij met me aan moest. Elke les kostte me enorm veel. Niet alleen fysiek, maar vooral mentaal. Het voelde alsof ik continu tegen mezelf aan het vechten was. En vaak lag ik de dag erna letterlijk de hele dag op bed, compleet uitgeput van alles wat er tijdens zo’n les loskwam.
En toen, nog geen maand later, deed ik mijn eerste 10-daagse Vipassana.
Als ik daar nu op terugkijk, denk ik soms: waar ben ik aan begonnen? Maar tegelijkertijd was het precies wat nodig was. Gedisciplineerd als ik was, volgde ik alle instructies zo nauwkeurig mogelijk op. Tien uur per dag mediteren in kleermakerszit. In stilte. Geen afleiding. Geen ontsnappen. De eerste dagen waren… intens. Mijn lichaam protesteerde. Mijn knieën, mijn rug, mijn heupen… Alles deed pijn. Toch was de fysieke pijn nog het minst erg. Het was vooral mijn hoofd dat alle kanten op schoot. Gedachten, herinneringen, twijfels, frustratie, weerstand. En vooral: de constante neiging om weg te willen. Weg van de pijn. Weg van de onrust. Weg van mezelf.
Maar dat is precies wat je daar niet doet. Je blijft. Je observeert. Je kijkt hoe elke sensatie opkomt… en weer verdwijnt. Hoe elke gedachte komt… en weer gaat. Hoe elke emotie, hoe intens ook, niet blijvend is. En ergens, heel langzaam, begon er iets te kantelen. Niets groots. Niets dramatisch. Niet ineens verlichting of rust. Integendeel, op de meeste momenten voelde het alsof de duivel uit me werd gedreven. Maar tussendoor begonnen er ook momenten te komen waarop ik begon te zien dat mijn lijden niet zozeer zat in wat ik ervaarde, maar in hoe ik erop reageerde. In het vasthouden. In het wegduwen. In het continu willen dat het anders is dan het is.
Dat inzicht raakte iets diepers dan alle rituelen en geschriftenstudie die ik daarvoor had gedaan. Omdat het niet iets was wat ik “deed”. Het was iets wat ik zag, wat ik eerstehands ervaarde. En dat veranderde de relatie met mezelf op een heel ander niveau. Alsof ik mezelf ineens niet meer kon overtuigen met mooie woorden of spirituele kennis. Alles wat niet echt was, viel een beetje door de mand. En dat was confronterend. Soms zelfs pijnlijk. Maar tegelijk ook bevrijdend, omdat ik voor het eerst echt begon te zien wat er onder de oppervlakte speelde. Niet wat ik dénk dat er is, maar wat er daadwerkelijk is. En dat bracht een eerlijkheid met zich mee waar ik niet meer omheen kon.
Sindsdien is Vipassana een vast onderdeel van mijn leven gebleven. Niet omdat het comfortabel is – nee, absoluut niet, mijn God! – maar omdat het me steeds weer terugbrengt naar iets wat echt is. Iets wat niet afhankelijk is van omstandigheden, sfeer, vorm of uiterlijke zaken. Het is er ook op de momenten dat ik het liefst weg wil kijken, mezelf wil afleiden of het zachter wil maken dan het eigenlijk is. Juist dan. Het haalt me steeds weer terug uit mijn hoofd en in directe ervaring. Niet altijd fijn, niet altijd licht, maar wel eerlijk. En ergens ben ik dat meer gaan waarderen dan “fijn voelen”. Omdat ik heb gemerkt dat daar, in die eerlijkheid, uiteindelijk veel meer rust zit dan in alles wat ik daarvoor probeerde vast te houden.
Elke keer dat ik terugga voor zo’n Vipassana-periode, ontdek ik weer een nieuwe laag. Soms kom ik stukken tegen waarvan ik echt dacht: dit heb ik toch al lang aangekeken? Dit was toch klaar? En dan blijkt het toch nog ergens te zitten. Dieper. Subtieler. Soms komt het als weerstand, soms als vermoeidheid, soms als een soort vlakheid waarin alles een beetje betekenisloos voelt. En soms gebeurt er ogenschijnlijk helemaal niets. Maar juist in dat “niets” zit vaak het meeste werk. Daar waar je niets meer hebt om je aan vast te houden. Waar geen inzicht komt, geen opluchting, geen doorbraak. Alleen zitten. Alleen zijn. En juist daar leer ik elke keer weer iets over loslaten. Niet als concept, maar als ervaring.
Wat deze laatste 10-daagse me opnieuw liet zien, is hoe diep onze patronen zitten. Hoe automatisch we reageren. Hoe snel ik zelf weer grijp naar controle, naar afleiding, naar oude manieren om ongemak te vermijden. Het zit zó verweven, zó ingesleten, dat het soms bijna voelt alsof het gewoon “is wie ik ben”. En toch… elke keer opnieuw zie ik dat daar ruimte in zit. Dat er een moment is – hoe klein ook – waarin ik niet hoef mee te gaan. Niet hoef te fixen, niet hoef weg te duwen, niet hoef vast te houden. Alleen te zien. Echt te zien, zonder er meteen iets van te maken. En misschien is dat wel de kern van wat Vipassana me al die jaren heeft gebracht: geen antwoorden, geen nieuwe identiteit, geen spiritueel verhaal… maar een steeds eerlijkere, soms ongemakkelijke ontmoeting met mezelf. En hoe confronterend dat ook is, het voelt tegelijkertijd als het enige wat echt bevrijdend is.
En hoe stil dat ook is; daar verandert alles.



