Leven en keuzes als alleenstaande Hindoestaanse vrouw (deel 2)
Als ik eerlijk ben, ben ik weleens nieuwsgierig naar het idee van een partner. Niet eens per se naar de clichés van dates en romantiek, maar meer naar wat het betekent om iemand écht naast je te hebben. Iemand die oprecht van je houdt, je bemint, je dagen van dichtbij meemaakt, die jouw momenten met je deelt, die je stiltes begrijpt zonder dat je ze hoeft uit te leggen, en met wie je simpelweg ’s avonds op de bank kunt zitten zonder dat het iets groots hoeft te zijn.
Hoewel ik door de jaren heen heel vaak heb gezien hoe anderen genoegen namen met een huwelijk dat vooral goed leek voor de buitenwereld, liet ik me ook vaak genoeg wegdromen door Bollywood. En dan bedoel ik natuurlijk het Shah Rukh Khan tijdperk. Daar waar liefde groots voelde, bijna filmisch. Alsof het altijd gepaard ging met perfecte timing, intense blikken die elk meisje deden blozen, en woorden die precies op het juiste moment kwamen. O die Shah Rukh Khan in de Yash Raj films; om van te smelten! Ik weet nog dat twee Hindoestaanse jongens in groep 7 met een doorschijnend zwart shirt op school kwamen, luid Suraj Hua Maddham draaiden en met hun armen wijd Shah Rukh Khan stonden na te doen. Je begrijpt wel dat Bollywood voor mij toen extra echt voelde.
Misschien zit ik ergens tussen die twee werelden in. Tussen realiteit en verbeelding. Tussen wat ik heb gezien en wat ik stiekem hoop dat ook kan bestaan. Want ergens geloof ik niet dat liefde alleen maar één van die twee uitersten hoeft te zijn. Niet alleen het praktische samenzijn dat langzaam routine wordt, maar ook niet alleen het overweldigende gevoel dat bijna te mooi lijkt om waar te zijn. Misschien zit de echte waarde juist in de kleine, bijna onzichtbare momenten. In iemand die blijft. Die kiest. Op gewone dagen, zonder muziek op de achtergrond, vlinders in je buik of grootse gebaren. Niet omdat het perfect is, maar omdat het echt is. En misschien is dat ook waar mijn nieuwsgierigheid vandaan komt. Niet zozeer naar het grote liefdesverhaal, maar naar het idee dat je niet altijd “aan” hoeft te staan, dat je niet hoeft te presteren om geliefd te zijn. Gewoon jezelf mogen zijn, in alle fases, ook de minder mooie. En dan alsnog bemind wordt.
Want hoe mooi Bollywood het ook liet lijken, het echte leven speelt zich af zonder achtergrondmuziek. Zonder slow motion. Zonder perfecte scripts, liefdesliederen, kleurrijke sarees en adembenemende landschappen. En zonder Shah Rukh Khan, Kajol of Juhi Chawla. Het zit in hoe iemand vraagt hoe je dag was en ook met aandacht luistert. In hoe iemand je aankijkt als je denkt dat niemand het ziet. In hoe iemand blijft, in liefde en aandacht, juist wanneer het even schuurt of stil wordt. Misschien is dat de versie van liefde waar ik uiteindelijk het meest in geloof. Niet de liefde die indruk maakt op anderen, maar de liefde die zachtjes groeit achter gesloten deuren. Die niet altijd spectaculair is, maar wel oprecht. Die niet elke dag voelt als vuurwerk, maar wel als thuiskomen. En misschien is dat ook precies wat ik zoek. Niet iemand die mijn leven compleet maakt, maar iemand die het met me wil delen… zoals het is.
En toch merk ik dat die gedachte — over wat een partner écht is en wat het voor mij betekent — me steeds verder meeneemt. Want als ik het zo voor mezelf afpel, kom ik automatisch uit bij een grotere vraag: wat betekent het eigenlijk om een partner te vinden die echt bij mij past, voorbij alle verwachtingen en tradities?
Het is geen vraag die ineens ontstond. Eerder eentje die zich langzaam heeft opgebouwd, gevormd door alles wat ik heb gezien, gehoord en zelf heb ervaren. Terwijl ik om me heen zag hoe relaties vaak meer draaiden om hoe het eruitzag dan hoe het voelde, begon ik steeds scherper te voelen wat voor mij wel en niet klopt. Als ik ooit een relatie aanga, of trouw, wil ik dat het voortkomt uit echtheid. Niet uit druk van buitenaf, niet uit traditie, en ook niet uit het idee dat het “nu eenmaal zo hoort”. Ik wil een partner die past bij wie ik ben. Bij mijn waarden, mijn manier van leven, mijn kijk op de wereld. Iemand met wie het leven gedragen kan worden. Samen, maar ook ieder op zijn eigen manier. Met liefde, maar ook met respect, volwassenheid en gedeelde verantwoordelijkheid. En juist daar merk ik dat het in de praktijk vaak schuurt.
Sinds mijn tienerjaren beweeg ik me veel binnen de Hindoestaanse gemeenschap, en in al die jaren heb ik veel mensen en situaties van dichtbij kunnen observeren. Patronen die zich herhalen. Dynamieken die bijna vanzelfsprekend lijken. Zo zie ik vaak dat Hindoestaanse mannen lang thuis blijven wonen, weinig ervaring hebben met koken of het huishouden, en nauwelijks vanzelf initiatief nemen, omdat hun moeder die dingen voor hen doet. Daarnaast merk ik dat open communiceren – zeker over gevoelens of kwetsbaarheid – niet altijd vanzelfsprekend is. Emoties worden vaak niet uitgesproken, of blijven op de achtergrond. Soms vraag ik me weleens af of iemand uit de Hindoestaanse context wel echt bij mij zou passen. En tegelijkertijd vraag ik me ook af of een relatie met iemand uit een andere cultuur wél vanzelf zou werken. Alsof het antwoord niet zo zwart-wit is, maar ergens daartussen ligt.
Misschien is dat voor sommigen geen probleem, maar voor mij maakt dat wel degelijk verschil.
Omdat ik voel dat ik een partner nodig heb die naast me kan staan, niet iemand die nog moet leren hoe hij voor zichzelf zorgt of zijn eigen leven draagt. Voor mij zit aantrekkingskracht niet alleen in woorden of gevoel, maar juist in hoe iemand leeft. In zelfstandigheid. In verantwoordelijkheid nemen. In het vermogen om aanwezig te zijn; niet alleen fysiek, maar ook emotioneel. Iemand met wie het leven echt gedeeld kan worden, op een manier die gelijkwaardig voelt. En dat raakt ook aan mijn eigen pad. Ik ben opgegroeid met het beeld van vrouwen die veel droegen. Die zorgden, regelden, en vaak meerdere rollen tegelijk vervulden, terwijl mannen meer op de achtergrond bleven en vooral in het plezierstuk bleven hangen. Ik zag het al jong, zat ertussen, luisterde naar gesprekken die misschien niet eens voor mijn leeftijd bedoeld waren. En zonder dat ik het toen volledig besefte, heeft dat wel gevormd hoe ik nu kijk naar relaties.
Later zijn daar mijn eigen ervaringen bij gekomen. Reizen, studies, periodes van sadhana, het nomadisch leven; ze hebben me dichter bij mezelf gebracht. Me geleerd wat voor mij belangrijk is. Bewust leven, verantwoordelijkheid nemen, blijven groeien. Spiritualiteit is daarin geen los onderdeel, maar een rode draad. Reiki, dharma, tijd nemen voor innerlijk werk; het zijn keuzes die niet losstaan van wie ik ben. En daardoor kan ik ook niet zomaar inleveren op die basis. Ik merk dat ik behoefte heb aan iemand die dat begrijpt. Die daar respect voor heeft, en het liefst er ook iets van herkent in zichzelf. Niet omdat alles hetzelfde moet zijn, maar omdat het leven dat ik leid geen bijzaak is; het is mijn fundament. Misschien is dat ook waarom ik niet geloof dat liefde op zichzelf genoeg is. Liefde en een relatie zijn voor mij twee verschillende dingen.
Liefde is een gevoel – iets wat kan ontstaan, groeien, soms ook weer verdwijnen. Het idee van verliefdheid, van aantrekkingskracht… het is mooi, en het kan intens zijn. Maar het draagt geen relatie op de lange termijn. Wat dat wel doet, zit in de manier waarop twee mensen hun leven vormgeven. In hoe ze omgaan met verantwoordelijkheid. Met communicatie. Met groei. In de bereidheid om er echt te zijn, ook wanneer het niet vanzelf gaat. Een relatie is een keuze. Een verantwoordelijkheid. Iets wat je samen draagt, elke dag opnieuw. Het vraagt aanwezigheid, inzet, eerlijkheid. En juist die laag maakt het ingewikkelder dan het soms lijkt. Want het betekent dat het niet alleen gaat om iemand leuk vinden, maar om een diepere overeenstemming. In waarden. In bewustzijn. In hoe je in het leven staat. Iemand die niet alleen zegt dat hij een relatie wil, maar ook de volwassenheid heeft om die te dragen.
Wanneer ik dat uitspreek, merk ik dat het niet altijd begrepen wordt. Het wordt al snel gezien als kieskeurig zijn. Als te veel willen. Alsof het makkelijker zou zijn om gewoon iets minder kritisch te zijn, gewoon met iemand af te spreken en “te kijken waar het schip strandt”. Maar voor mij werkt dat niet zo. Het voelt bijna absurd: we letten op elke kleine eigenschap als we een huis kopen, een auto kiezen of zelfs een stoel uitzoeken, en toch wordt er verwacht dat ik bij een partner maar zomaar iemand kies, alsof het vanzelf goedkomt. Voor mij heeft een relatie alleen waarde als die klopt. Als die iets toevoegt, in plaats van langzaam iets wegneemt of me leegtrekt. Vrijheid en trouw blijven aan mezelf zijn daarin voor mij geen onderhandeling. Natuurlijk, het idee om iemand naast je te hebben blijft mooi. Maar niet als het betekent dat ik mezelf moet verkleinen om erin te passen. Niet als het betekent dat ik mijn waarden moet loslaten om het werkend te maken.
Ik weet dat dat me soms een buitenstaander maakt in hoe anderen ernaar kijken. Dat er gefluister is, opmerkingen, aannames. Dat het beeld bestaat dat alleen zijn iets is om te vermijden, in plaats van iets wat ook krachtig kan zijn. Vooral op familiefeesten zie ik de blikken en hoor ik mensen over me praten. Mijn jongste nichtje noemde me zelfs “een oude vrijster; zo wil toch niemand eindigen”. En misschien raakt dat soms even – omdat het menselijk is om gezien en begrepen te willen worden – maar het verandert niets aan wat ik diep vanbinnen weet. Voor mij voelt het anders. Ik kies liever voor een leven dat klopt, dan voor een relatie die alleen van buitenaf klopt. En misschien is dat uiteindelijk waar het voor mij om draait. Niet of er iemand komt of niet, maar dat als die persoon er is, het echt is. Dat het geen compromis is, geen invulling van verwachtingen, maar een bewuste keuze van twee kanten.
Iemand die blijft. Die kiest. Niet alleen op de mooie momenten, maar juist ook daarbuiten. Precies daar waar het leven zich écht afspeelt. Want echte liefde is niet perfect of spektakel. Het is iemand die kiest voor mij, elke dag opnieuw, gewoon omdat het klopt.



