Een pandit (Sanskriet: पण्डित, paṇḍita, “geleerde”) is een geleerde. Hoewel dit op verschillende gebieden kan zijn, wordt de term pandit vooral in het hindoeïsme gebruikt om een hindoepriester aan te duiden. Een pandit is over het algemeen altijd verbonden aan een bepaalde stroming, mandir (hindoetempel) en/of hindoeorganisatie.

Het hindoeïsme is geen georganiseerde religie en daardoor is ook de titel pandit onbeschermd in het hindoeïsme. Er is geen officiële of uniforme opleiding, accreditatie of registratie voor pandits. Dat betekent dat ieder persoon zichzelf pandit kan noemen en zich als zodanig kan voordoen. Wanneer iemand bekend staat als pandit, geeft dit dus geen garantie van (geestelijke en/of religieuze) kennis, wijsheid, ervaring, betrouwbaarheid, (zelf)realisatie, autoriteit en/of andere kwaliteiten.

Door de jaren heen hebben sommige mandirs (hindoetempels) en hindoeorganisaties het initiatief genomen om een panditraad en/of panditregister op te richten. Echter wijst de praktijk uit dat er nog steeds geen curriculum is voor pandits en het kennis-, denk- en werkniveau van pandits erg uiteenloopt. Er zijn bijvoorbeeld pandits die uitstekend Nederlands beheersen en ook pandits die gebrekkig Nederlands kunnen. Er zijn pandits die uitstekend Hindi en/of Sarnami beheersen en ook pandits die erg veel fouten maken in hun Hindi en/of Sarnami. Er zijn pandits die een universitaire opleiding hebben genoten en ook pandits die zelfs de basisschool of middelbare school niet hebben afgemaakt.

Hierdoor ervaren veel hindoes (grote) verschillen in de praktijken van verschillende pandits en krijgen zij vaak ook geen eenduidige antwoorden wanneer zij een bepaalde vraag aan meerdere pandits stellen.

Hoe komen pandits aan hun kennis?

De meeste pandits hebben hun kennis verkregen door mondelinge overdracht van oudere familieleden en/of kennissen die het panditschap beoefenen of hebben beoefend. Ook zijn er pandits die zich hebben gewend tot een (zelfgekozen) leermeester en pandits die hun kennis hebben verkregen middels zelfstudie.

Taken van een pandit

In de verzen 2.11 en 5.18 van de Bhagavad Gita legt Krishna het begrip pandit uit als iemand die wijs en nederig is en iedereen met een gelijkgezinde blik ziet. In de praktijk zien we dat een pandit de volgende taken heeft:

Het uitvoeren van rituelen

De pandit staat hoofdzakelijk bekend als ritualist, ook wel purohit genoemd, omdat hij zich voornamelijk bezighoudt met het verrichten van rituelen bij bijzondere gelegenheden. Met name wanneer een kind wordt geboren, bij huwelijken en bij overlijdens wordt een pandit benaderd om de rituelen te verrichten. Hij dient deze rituelen en de mantra’s die daarbij horen dan ook goed te beheersen. Ook dient een pandit de betekenis van de rituelen, symbolieken en vertalingen van de mantra’s te kennen.

Kwaliteiten:

  • Beheersing van het Devanagari
  • Beheersing van het Hindi (en in de Surinaams-Hindoestaanse gemeenschap ook het Sarnami)
  • Beheersing van rituele handelingen
  • Correcte mantra-uitspraak
  • Kennis van de betekenissen en symbolieken van rituele handelingen
  • Kennis van de vertalingen van mantra’s die hij gebruikt

Het geven van adviezen

De pandit treedt ook op als adviseur bij persoonlijke, sociale, maatschappelijke en religieuze vraagstukken. In deze rol is hij niet alleen een vraagbaak, maar ook een vertrouwenspersoon en een begeleider met goede kennis van de hindoegeschriften, mensenkennis en kennis van de maatschappij. Daarnaast beschikt hij over een goed inlevingsvermogen, zodat hij als geleerde op een passende wijze anderen kan adviseren en begeleiden.

Kwaliteiten:

  • Goede kennis van de hindoegeschriften
  • Kennis van en inzicht in sociale en maatschappelijke thema’s
  • Betrokkenheid
  • Inlevingsvermogen
  • Verstandelijk handelen
  • Betrouwbaarheid en discretie

Het delen van kennis van het hindoeïsme

Een pandit dient goede kennis en ervaring te hebben m.b.t. het hindoeïsme en deze ook te kunnen delen met anderen. Niet alleen in woorden, maar ook vooral in gedachten en daden. Hij dient zijn kennis van het hindoeïsme continu verder te ontwikkelen en deze ook te beoefenen in zijn dagelijkse leven. Het toepassen van de morele en disciplinaire leefregels (yama en niyama) van het hindoeïsme vormen hierbij een belangrijke basis.

Kwaliteiten:

  • Basiskennis van de hindoegeschriften
  • De essentie (Shruti) van geconditioneerde wetten (Smriti) te weten onderscheiden
  • Continue studie van de hindoegeschriften
  • De leer van de hindoegeschriften kunnen vertalen naar tijd, plaats en omstandigheden
  • Heilig geloven in wat hij predikt
  • Intensief bezig zijn met het dragen en uitdragen van het hindoeïsme in gedachte, woord en daad

Vedische astrologie

Veel pandits houden zich ook bezig met vedische astrologie, zodat zij eventuele negatieve astrologische omstandigheden van een persoon kunnen nagaan of adviezen kunnen geven voor een geschikte naam voor een kind, geschikte datums voor bijzondere gelegenheden of het welzijn van een persoon. Vervolgens adviseren zij de persoon bepaalde remedies om de invloed van deze astrologische omstandigheden te neutraliseren. Vaak komt het ook voor dat de pandit de remedies voor de persoon uitvoert.

Kwaliteiten:

  • Basiskennis van vedische astrologie
  • Een vedische (geboorte)horoscoop kunnen maken
  • Een vedische (geboorte)horoscoop kunnen lezen
  • Negatieve astrologische omstandigheden kunnen duiden
  • Beheersing van remedies om astrologische omstandigheden te neutraliseren
  • Het adviseren van namen en geschikte datums voor bijzondere gelegenheden op basis van vedische astrologie
« Back to Glossary Index